Oordelen:

Matthéüs 7: 1-3

Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt.

Want met welk oordeel gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden; en met welke maat gij meet, zal u wedergemeten worden.

En wat ziet gij den splinter, die in het oog uws broeder is, maar den balk, die in uw oog is, merkt gij niet?

Romeinen 2: 21-23

Die dan een ander leert, leert gij uzelven niet? Die predikt, dat men niet stelen zal, steelt gij? Die zegt, dat men geen overspel doen zult, doet gij overspel? Die van de afgoden een gruwel hebt, berooft gij het heilige? Die op de wet roemt, onteert gij God door de overtreding der wet?

Johannes 7: 24

Oordeelt niet naar het aanzien, maar oordeelt een rechtvaardig oordeel.

Jakobus 2: 10

Want wie de gehele wet zal houden, en in één zal struikelen, die is schuldig geworden aan alle.

Jakobus 3: 2

Want wij struikelen allen in vele. Indien iemand in woorden niet struikelt, die is een volmaakt man, machtig om ook het gehele lichaam in den toom te houden.

download

.titus-3-5romans-3-23-24

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *