Bekering naar Gods wil:

Ezechiël 18: 4

Ziet, alle zielen zijn MIJNE; gelijk de ziel des vaders, alzo ook de ziel des zoons, zijn MIJNE; de ziel die zondigt, die zal sterven.

1 Johannes 3: 4

Een ieder, die de zonde doet, die doet ook de ongerechtigheid; want de zonde is de ongerechtigheid.

Ezechiël 18: 23

Zou IK enigszins lust hebben aan den dood des goddelozen, spreekt de HEERE JAHWEH; is het niet, als hij zich bekeert van zijn wegen, dat hij zal leven?

Spreuken 3: 5

Vertrouw op den HEERE met uw ganse hart, en steun op uw verstand niet.

Spreuken 1: 22,23

Gij slechten! hoe lang zult gij de slechtheid beminnen, en de spotters voor zich de spotternij begeren, en de zotten wetenschap haten? Keert u tot MIJN bestraffing; ziet, IK zal MIJN Geest ulieden overvloediglijk uitstorten; IK zal MIJN woorden u bekend maken

  • Handelingen 2: 38 – Bekering naar Gods wil
  • Romeinen 6: 3,4
  • Of weet gij niet, dat zovelen als wij in Christus Jezus gedoopt zijn, wij in Zijn dood gedoopt zijn?
  • Wij zijn dan met Hem begraven, door den doop in den dood, opdat, gelijkerwijs Christus uit de doden opgewekt is tot de heerlijkheid van de Vader, alzo ook wij in nieuwigheid des levens wandelen zouden.

Romeinen 6: 11

Alzo ook gij lieden, houdt het daarvoor dat gij wel der zonde dood zijt, maar Gode levende zijt in Christus Jezus, onze Heere.

hqdefault-1maxresdefault-1

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *