Weinige christenen zijn uitverkoren:

1 Timothéüs 4: 1-9

  • Doch de Geest zegt duidelijk, dat in de laatste tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, zich begevende tot verleidende leraars, en door leringen der duivelen,
  • door geveinsdheid der leugensprekers, hebbende hun eigen geweten als met een brandijzer toegeschroeid;
  • verbiedende te trouwen, gebiedende van spijzen te onthouden, die God geschapen heeft, tot nuttiging met dankzegging, voor de gelovigen, en die de waarheid hebben bekend.
  • Want alle schepsel van God is goed, en er is niets verwerpelijk, met dankzegging zijnde;
  • want het wordt geheiligd door het Woord van God, en door het dankgebed.
  • Als gij deze dingen den broeders voorstelt, zo zult gij een goed dienaar van Jezus Christus zijn, opgevoed in de woorden van het geloof en de goede leer, welke gij gevolgd hebt.
  • Maar verwerpt de ongoddelijke en oud-wijfse fabelen; en oefen uzelf tot godzaligheid.
  • Want de lichamelijke oefening is tot weinig nut; maar de godzaligheid is tot alle dingen nut, hebbende de belofte van het tegenwoordige en het toekomende leven.
  • Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig.

Lukas 13: 24

  • ..; strijdt om in te gaan door de enge poort; want velen, zeg Ik u, zullen zoeken in te gaan, en zullen niet kunnen;-

Matthéüs 22: 14

  • Want velen zijn geroepen, maar weinigen zijn er uitverkoren.

1 Korinthe 9: 24-27

  • Weet gij lieden niet, dat die in de loopbaan lopen, alle wel lopen, maar dat één de prijs ontvangt? Loopt dan gelijk deze, opdat gij de prijs wilt winnen.
  • En een ieder, die om de prijs strijdt, onthoudt zich in alles wat hem daarvan kan afbrengen. Deze dan doen wel dit, opdat zij de verderfelijke kroon zouden ontvangen, maar de gelovige een onverderfelijke kroon.
  • Ik loop dan alzo, niet als op het onzekere; ik kamp alzo, niet als in de lucht slaande;
  • maar ik bedwing mijn lichaam, en breng het tot dienstbaarheid, opdat ik niet enigszins, daar ik anderen gepredikt heb, zelf verwerpelijk wordt.

1 Korinthe 11:12/ Hebreeën 5: 13,14

  • Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, was ik gezind als een kind, overlegde ik als een kind; maar wanneer ik een man geworden ben, zo heb ik teniet gedaan hetgeen van een kind was./
  • Want een ieder, die de melk deelachtig is, die is onervaren in het Woord der gerechtigheid; want hij is een kind.
  • Maar den volmaakten is de vaste spijs, die door de gewoonheid der zinnen geoefend hebben, tot onderscheiding tussen het goed en het kwaad.

Lukas 14: 11/ 1 Petrus 5: 6

  • Want een ieder, die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden; en die zichzelf vernedert, zal verhoogd worden./
  • Vernedert u dan onder de krachtige hand Gods, opdat HIJ u verhoogd op ZIJN dag.

Romeinen 12: 9-11

  • De liefde zij ongeveinsd. Hebt een afkeer van het boze, en hangt het goede aan.
  • Hebt elkander hartelijk lief met broederlijke liefde; met eer de een de andere voorgaande.
  • Zijt vurig van geest. Dient de HEERE.

 

God haat valse lippen! HIJ heeft lief de sprekers der waarheid

Exodus 20: 16

Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.

Exodus 23: 7

  • Zijt ver van valse zaken; en den onschuldige en gerechtige zult gij niet doden; want IK zal den goddeloze niet rechtvaardigen om deze zaak.

Spreuken 21: 6/ Spreuken 12: 3,4

  • Te arbeiden om rijkdom met een valse tong te vergaren, is een voortgedreven ijdelheid degenen, die den dood zoeken./
  • Zij spreken valsheid, een ieder met zijn naaste, met vleiende lippen; zij spreken met een dubbel hart.
  • De HEERE snijd hun vleiende lippen af, hun grootsprekende tong.

Spreuken 12: 19,22

  • Een waarachtige lip zal bevestigd worden in eeuwigheid; maar een valse tong is maar voor een ogenblik./
  • Valse lippen zijn den HEERE een gruwel; maar die trouwelijk handelen, zijn ZIJN welgevallen.

 

 

De weg des Levens:

Jeremía 21: 8

  • En tot dit volk zult gij zeggen: Zo zegt de HEERE: Ziet, IK stel voor uw aangezicht den weg des levens en de weg des doods.

Spreuken 15: 24

  • De weg des levens is den verstandige weg naar boven; opdat hij afwijkt van het dodenrijk beneden.

Kolossenzen 3: 2/ 1 Johannes 2: 15-17/ Jakobus 4: 4

  • Bedenkt de dingen, die van boven zijn, niet die op aarde zijn./
  • Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is,; zo iemand de wereld liefheeft, de liefde van de Vader is niet in hem.
  • Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheden van het vlees, en de begeerlijkheden der ogen, en de grootsheid des levens, is niet uit den Vader, maar is uit de wereld./
  • …Zo wie dan een vriend van de wereld wilt zijn, die wordt een vijand van God gesteld.

Zorg dat u tenminste één uur met God bezig bent in het Woord. Maar zeker, bij elke gedachten de gehele dag met God bezig zijn.

Romeinen 6: 3,4/ Romeinen 8: 2/ Titus 3: 5-8

  • Of weet gij niet, dat zovelen als wij in Christus Jezus gedoopt zijn, wij in Zijn dood gedoopt zijn?
  • Wij zijn dan met Hem begraven, door den doop in den dood, opdat, gelijkerwijs Christus uit de doden opgewekt is tot de heerlijkheid van de Vader, alzo ook wij in nieuwe leven zouden wandelen./
  • Want de wet van de Geest des levens in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet der zonde en de dood./
  • …( HIJ heeft) ons zalig gemaakt, niet uit de werken der rechtvaardigheid, die wij gedaan hebben, maar naar ZIJN barmhartigheid, door het bad der wedergeboorte en de vernieuwde geest van de Heilige Geest;
  • Deze Geest heeft HIJ rijkelijk over ons uitgegoten door Jezus Christus. onze Zaligmaker;
  • opdat wij, gerechtvaardigd zijnde door ZIJN genade, erfgenamen zouden worden naar de hoop van het eeuwige leven.
  • Dit is een getrouw woord, en deze dingen wil ik, dat gij ernstig bevestigt, opdat degenen, die God geloven, zorg dragen, om goede werken voor te staan; deze dingen zijn het, die goed en nuttig zijn de mensen.

 

De God DIE antwoord.

1 Koningen 18: 21-24

  • Toen naderde Elía tot het ganse volk, en zeide: Hoelang hinkt gij nog op twee gedachten? Zo de HEERE God is, volgt HEM na, en zo Baäl het is, volgt hem na! Maar het volk antwoordde hem niet één woord.
  • Toen zeide Elía tot het volk: Ik ben alleen een profeet des HEEREN overgebleven, en de profeten van Baäl zijn vierhonderdvijftig mannen.
  • Dat men ons twee varren geven, en dat zij voor zich een var kiest, en deze in stukken delen, en op het hout van het altaar leggen; en ik zal de andere var bereiden, en op het hout van mijn altaar leggen, en geen vuur daaraan leggen.
  • Roept gij daarna den naam van uw god aan, en ik zal den Naam des HEEREN aanroepen; en de God, DIE door vuur antwoorden zal, DIE zal God zijn. En het ganse volk antwoordde en zeide: Dat woord is goed.

Het antwoord:

1 Koningen 18: 37-39

  • Antwoord mij, HEERE, antwoord mij; opdat dit volk erkent, dat GIJ, o HEERE, DIE God zijt, en dat GIJ hun hart achterwaarts omgewend hebt.
  • Toen viel het vuur des HEEREN, en verteerde het brandoffer, het hout, en de stenen, en het stof, ja, lekte het water op, hetwelk in de groeve was.
  • Als nu het ganse volk dat zag, zo vielen zij op hun aangezichten, en zeiden: De HEERE is God, de HEERE is God!

Om de ware God te geloven, heeft de mens een bewijs nodig.       Jezus Christus is gekomen, om God te bewijzen dat HIJ bestaat en om mensen geeft, zodat zij niet verloren gaan.

Johannes 3: 16,17

  • Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat HIJ ZIJN eniggeboren Zoon gegeven ( Jesaja 53) heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verderven zal, maar het eeuwige leven hebben.
  • Want God heeft ZIJN Zoon niet gezonden in de wereld, opdat HIJ de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden.

Degenen die God op ZIJN manier aanbidden, ontvangen antwoord:

Jakobus 4: 2,3/ Johannes 16: 24/1 Petrus 2: 11

  • Gij begeert, en hebt niet; gij benijdt en ijvert naar dingen, en kunt ze niet verkrijgen; gij vecht en voert moeite, doch gij hebt niet, omdat gij niet bidt.
  • Gij bidt, en gij ontvangt niet, omdat gij kwalijk bidt, opdat gij het in uw wellusten doorbrengen zoudt./
  • Tot nu toe hebt gij niet gebeden in Mijn Naam; bidt, en gij zult ontvangen, opdat uw blijdschap vervuld zij./
  • Geliefden, ik vermaan u als inwoners en vreemdelingen, dat gij u onthoudt van vleselijke begeerlijkheden, welke oorlog voeren tegen de ziel;-

Jakobus 1: 5-7

  • En indien iemand van u wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begeert, DIE een ieder gepast geeft, en niet verwijt; en zij zal hem gegeven worden.
  • Maar dat hij ze begeert in geloof, niet twijfelende; want wie twijfelt, is een baar der zee gelijk, die van de wind gedreven en op en neer geworpen wordt.
  • Want die mens meent niet, dat hij iets ontvangen zal krijgen van den HEERE.

Bidden in de Geest:

God antwoord niet:

Romeinen 8: 6-8

  • Want het bedenken van het vlees is de dood; maar het bedenken van de Geest is leven en vrede;
  • daarom dat het bedenken van het vlees, vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet.
  • En die in het vlees wandelen, kunnen God niet behagen.

God antwoord wel:

Romeinen 8: 14,26,27

  • Want zovelen als er door den Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen van God./
  • En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet, wat wij bidden zullen, gelijk het behoort, maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen.
  • En DIE de harten doorzoekt, weet, welke de mening van de Geest is, dewijl Hij naar God voor de heiligen ( geest-vervulde) bidt.

 

Waardig gekleed zijnde:

Matthéüs 7: 21

  • Niet een ieder, die tot Mij zegt ( op de oordeelsdag): Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet den wil Mijne Vader, DIE in de hemelen is.

Het verkondigen door profeten om Gods voornemen de mensen te redden van hun zondige weg, is met deze gelijkenis van groot belang, dat niet iedereen geaccepteerd zal worden, als het niet naar Gods wil is. Vaak wordt gemeend dat het ontvangen van de Heilige Geest, niet de tekenen van de gelovigen persé behoefd. Om een bruiloftskleed te ontvangen, hoort men eerst door de Geest te wandelen, om hierdoor de geestelijke weg te begrijpen en na te leven.

 

Matthéüs 22: 2-14

  • Het Koninkrijk der hemelen is gelijk een zekere koning, die zijn zoon een bruiloft bereid had;
  • en zond zijn dienstknechten [ profeten] uit, om de genodigden ter bruiloft te roepen; en zij wilden niet komen [ eigen ideeën waren belangrijker].
  • Wederom zond hij andere dienstknechten uit, zeggende: Zegt den genodigden: Ziet, ik heb mijn middagmaal bereid; mijn ossen, en het gemeste vee zijn geslacht, alle dingen zijn gereed; komt tot de bruiloft. [ de roeping van God].
  • Maar zij, zulks niet achtende, zijn heen gegaan, de een tot zijn akker, de ander tot zijn handel [ excuses om hun eigen straatje te niet te verlaten].
  • De anderen grepen zijn dienstknechten, deden hen smaadheid aan, en doodden hen [ profeten werden gedood om het Woord].
  • Als nu de koning dat hoorde, werd hij toornig, en zijn krijgsheren zendende, heeft die doodslagers vernield, en hun stad in brand gestoken [ het oude Israël verstrooid, Jeruzalem geplunderd].
  • Toen zeide hij tot zijn dienstknechten: De bruiloft is wel gereed. doch de genodigden waren het niet waardig [ Israël afgekeurd].
  • Daarom gaat op de uitgangen der wegen, en zovelen als gij er zult vinden, roept ze tot de bruiloft [ de heidenen werden uitgenodigd voor Gods Koninkrijk].
  • En de dienstknechten, uitgaande op de wegen, vergaderden allen, die zij vonden, beide, kwaden en goeden; en de bruiloft werd vervuld met aanzittende gasten.
  • En als de koning ingegaan was, om de aanzittende gasten te overzien, zag hij aldaar een mens, niet gekleed zijnde met een bruiloftskleed;
  • en zeide tot hem: Vriend, hoe zijt gij hier ingekomen, geen bruiloftskleed aanhebbende? En hij verstomde .
  • Toen zeide de koning [ God] tot de dienaars [ Engelen]: Bindt zijn handen en voeten, neemt hem weg, en werpt hem uit in de buitenste duisternis; daar zal zijn wening en knersen der tanden (Matt.8:11,12).
  • Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.

De weg die leidt tot het leven, is een weg vol problemen ( Jezus had deze ook), omdat de wederom geboren persoon, het vlees moet overwinnen door de Geest. De problemen komen voort uit de onvolmaaktheid van de persoon, maar ook door de duivelen, die niet willen dat de persoon het gaat overwinnen. Overwinning kan volmaakt worden, door in de Geest van God te wandelen.

De persoon in de gelijkenis, die zonder bruiloftskleed aanzat, is vergelijkbaar met de dwaze maagd uit Matthéüs 25: 1-13.

Jezus zegt daarom, in de Gemeente te Sardis, en ook voor alle gelovigen:

Openbaring 3: 5

  • Die overwint, die zal bekleed worden met witte klederen; en Ik zal zijn naam geenszins uitwissen uit het boek des levens, en Ik zal zijn naam belijden voor Mijne Vader en voor ZIJNE Engelen.

God zoekt de nederige mensen.

Jesaja 66: 1,2

  • Alzo zegt de HEERE: De hemelen is MIJN troon, en de aarde is de voetbank MIJNER voeten; waar zou dat huis zijn, dat gij lieden MIJ zoudt bouwen, en waar is de plaats MIJNER rust?
  • Want MIJN hand heeft al deze dingen gemaakt, en al deze dingen zijn geweest, spreekt de HEERE; maar op deze mensen  zal IK zien, op de arme en verslagene van geest, en die voor MIJN Woord beeft.

Jesaja 57: 15,18,19

  • Want alzo zegt de Hoge en Verhevene, DIE in der eeuwigheid woont, en Wiens Naam heilig is: IK woon in de hoogte en in het heilige, en bij dien, die van een verbrijzelden en nederige geest is, opdat IK levend maakt den geest der nederige, en opdat IK levend maakt het hart der verbrijzelden./
  • IK zie hun wegen, en IK zal hen genezen; en IK zal hen begeleiden, en hun vertroostingen weergeven, namelijk aan hun treuren.
  • IK schep de vrucht der lippen, vrede, vrede degenen, die verre zijn, en degenen, die nabij zijn, zegt de HEERE, en IK zal hen genezen.

1 Petrus 5: 5-7

  • Desgelijks gij jongen, zijt de ouderen onderdanig; en zijt allen elkander onderdanig; zijt met de ootmoedigheid bekleed; want God weerstaat de hovaardige, maar de nederige geeft HIJ genade.
  • Vernedert u dan onder de krachtige hand Gods, opdat HIJ u verhoge te ZIJNER tijd.
  • Werpt al uw bekommernissen op HEM, want HIJ zorgt voor u.

Lukas 14: 11

  • Want een ieder, die zich verhoogt, zal vernederd worden; en wie zich vernedert, zal verhoogd worden.

Spreuken 3: 33,34

  • De vloek des HEEREN is in het huis der goddeloze; maar de woning der rechtvaardige zal HIJ zegenen.
  • Zekerlijk, de spotters zal HIJ bespotten, maar de zachtmoedigen zal HIJ genade geven.

Jakobus 4: 4-7

  • Overspelers en overspeleressen, weet gij niet, dat de vriendschap der wereld een vijandschap Gods is? Zo wie dan een vriend der wereld wil zijn, die wordt een vijand van God gesteld.
  • Of meent gij, dat de Schrift tevergeefs zegt: De Geest, Die in ons woont, heeft die lust tot nijdigheid?
  • Ja, HIJ geeft meerdere genade. Daarom zegt de Schrift: God weerstaat de hovaardige, maar de nederige geeft HIJ genade.
  • Zo onderwerpt u dan aan God; weerstaat de duivel, en hij zal van u vlieden.

 

De wandel in het vlees vermijden.

Jeremia 9: 23,24/ Spreuken 3: 5

  • Zo zegt de HEERE: Een wijze beroeme zich niet in zijn wijsheid; en de sterke beroeme zich niet in zijn sterkheid; een rijke beroeme zich niet in zijn rijkdom;
  • maar wie zich wilt beroeme, beroeme zich hierin, dat hij verstaat, en MIJ kent, dat IK de HEERE ben, doende weldadigheid, recht en gerechtigheid op de aarde; want in die dingen heb IK lust, spreekt de HEERE./
  • Vertrouw op den HEERE met uw gans gehele hart, en steun op uw verstand niet.
  • Ken HEM in al uw wegen, en HIJ zal uw paden recht maken.
  • Zijt niet wijs in uw eigen ogen; hebt ontzag voor den HEERE, en wijk van uw ongerechtigheid.

Jeremia 10: 2/ 1 Timothéüs 6: 8-10/ Markus 4: 18,19

  • Zo zegt de HEERE: Leert den weg der heidenen niet,…/
  • Maar als wij voedsel en een dak hebben, wij zullen daarmede tevreden zijn.
  • Doch die rijk willen worden, vallen in verzoeking, en in den strik, en in vele dwaze en schadelijke begeerlijkheden, welke de mensen doen verzinken in verderf en ondergang.
  • Want de geldgierigheid is een wortel van al het kwaad, tot welke sommigen lust hebben, zijn zij afgedwaald van het geloof, en hebben zij zichzelf met vele smarten doorstoken./
  • En deze zijn het, die in de doornen gezaaid zijn; namelijk degenen, die het Woord horen;
  • en de zorgvuldigheid deze wereld, en de verleidingen van de rijkdom en de begeerlijkheden omtrent de andere ( aardse) dingen, inkomende ( in het hart), verstikken het Woord, en het wordt onvruchtbaar.

Romeinen 8: 6-8/ 13: 14

  • Want het bedenken van het vlees is de dood; maar het bedenken in de Geest is leven en vrede.
  • Daarom dat het bedenken van het vlees vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich de wet Gods niet; want het kan ook niet.
  • En die in het vlees zijn, kunnen God niet behagen./
  • Maar doet aan den Heere Jezus Christus, en verzorgt het vlees niet tot begeerlijkheid.

Galaten 5: 16,24

  • En ik zeg: Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheid van het vlees niet./
  • Maar die van Christus zijn, hebben het vlees gedood met de bewegingen en begeerlijkheden.

 

Titus 2: 11-14

  • Want de zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen.
  • En onderwijst ons, dat wij, de goddeloosheid en de wereldse begeerlijkheden verzakende, dat wij matig en rechtvaardig, en godzalig leven zouden in deze tegenwoordige wereld;
  • verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid, van onze grote God en van onze Zaligmaker Jezus Christus;
  • Die Zichzelf voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en Zichzelf een eigen volk zou reinigen, ijverig zijnde in goede werken.

1 Johannes 3: 4/ 1 Johannes 1: 8-9

  • Een ieder, die de zonde doet, die doet ook de ongerechtigheid; want de zonde is de ongerechtigheid./
  • Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, zo verleiden wij onszelf, en de waarheid is niet in ons.
  • Indien wij onze zonden belijden, HIJ is getrouw en rechtvaardig, dat HIJ ons de zonden vergeeft, en ons reinigt van alle ongerechtigheid.
  • Indien wij zeggen, dat wij niet gezondigd hebben, zo maken wij God tot een leugenaar, en ZIJN Woord is niet in ons.

Romeinen 6: 4

  • Wij zijn dan met Jezus begraven, door de doop in Zijn dood, opdat, gelijkerwijs Hij uit de doden opgewekt is tot de heerlijkheid van den Vader, alzo ook wij in nieuwheid van het nieuwe leven wandelen zouden.

 

 

 

 

Discipel zijn van de Zoon van God.

Markus 16: 15

  • En Hij zeide tot hen ( en ons): Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle creaturen.

De tekenen van de gelovigen: Markus 16: 17,18

  • En degenen die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij duivelen ( kunnen) uitwerpen; met nieuwe tongen zullen zij spreken,
  • slangen …( mogen) zij opnemen ( als genezers van God); en al is het, dat zij iets dodelijks ( onbewust) zullen drinken, dat het hun niet zal treffen; op zieken zullen zij de handen leggen, en de zieken zullen gezond worden ( door geloof).

Johannes 14: 21/ Spreuken 8: 35

  • Die Mijn geboden heeft, en deze bewaren, die is het, die Mij liefheeft; en die Mij liefheeft, zal van Mijn Vader geliefd worden; en Ik zal hem liefhebben, en Ik zal Mijzelven aan hem openbaren./
  • Want die Mij vindt, vindt het leven, en trekt een welgevallen van den HEERE.

Romeinen 8: 29

  • Want die HIJ tevoren gekend heeft, die heeft HIJ ook tevoren verordineerd, den beelde ZIJNE Zoon gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zij onder vele broeders.

Filippenzen 3: 17-21

  • Weest mede mijn navolgers, broeders, en merkt op degenen, die alzo wandelen, gelijk gij ons tot een voorbeeld hebt.
  • Want velen wandelen anders; van degenen ik u dikwijls gezegd heb, en nu ook wenende zeg, dat zij vijanden des kruises van Christus zijn;
  • welke het einde is het verderf, welke God is hun buik, en welke heerlijkheid is in hun schande, deze die aardse dingen bedenken.
  • Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus;
  • Die ons vernederend lichaam veranderen zal, opdat hetzelve gelijkvormig worde aan Zijn heerlijkheid, naar de werking, waardoor Hij ook alle dingen Zichzelven kan onderwerpen.

Hebreeën 13: 8,9

  • Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en in der eeuwigheid.
  • Wordt niet omgevoerd met verschillende en vreemde leringen; want het is goed, dat het hart gesterkt wordt door genade, niet door spijzen, door welke geen nuttigheid bekomen hebben, die daarin gewandeld hebben.

1 Petrus 4: 1,2

  • Dewijl dan Christus voor ons in het vlees geleden heeft, zo wapent gij u ook met dezelfde gedachten, namelijk dat wie in het vlees geleden heeft, die heeft opgehouden van de zonden;
  • om niet meer naar de begeerlijkheden der mensen, maar naar den wil van God, den tijd, die overig is in het vlees, te leven.

Eén zijn in God en Christus:

Johannes 17: 21,26

  • Opdat zij allen één zijn, gelijkerwijs GIJ, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in ONS één zijn; opdat de wereld gelooft, dat GIJ Mij gezonden hebt./
  • En Ik heb hun UW Naam ( Autoriteit) bekend gemaakt, en zal UW Naam bekend maken; opdat de liefde, waarmede GIJ Mij liefgehad hebt, in hen zij, en Ik in hen.

 

Die de Heere verwachten zullen niet verrast zijn.

Jesaja 29: 6

  • Gij zult van den HEERE der hemelscharen bezocht worden met donder, en met aardbeving, en groot geluid, met wervelwind, en onweer, en de vlam van een verterend vuur.

Jeremia 6: 6,7

  • Want zo zegt de HEERE der hemelscharen: Houwt bomen af, en werpt een wal op tegen Jeruzalem; zij is de stad, die bezocht zal worden; in het midden van haar is enkel verdrukking.
  • Gelijk een bornput zijn water opgeeft, alzo geeft zij haar boosheid op; geweld en verstoring wordt in haar gehoord, weedom en plaging is steeds voor MIJN aangezicht.

Jeremia 10: 13,14

  • Als HIJ ZIJN stem geeft, zo is er gedruis van wateren in den hemel, en HIJ doet de dampen opklimmen van het einde der aarde; HIJ maakt de bliksemen met den regen, en doet den wind voortkomen uit ZIJNE schatkamers.
  • Een ieder mens ( is dan) onvernuftig geworden, zodat hij geen wetenschap heeft, een ieder goudsmid is beschaamd van het gesneden beeld; want zijn gegoten beeld is ( terstond) een leugen; en er is geen geest in hen.

Lukas 21: 25-28

  • En er zullen tekenen zijn in de zon, en de maan, en de sterren, en op de aarde benauwdheid der volken met twijfelmoedigheid, als de zee en de watergolven groot geluid zullen geven                                 ( Jes.57:20,21);
  • en de mensen’s hart zal bezwijken van angst en verwachting der dingen, die het aardrijk zullen overkomen; want de krachten der hemelen zullen bewogen worden.
  • En alsdan zullen zij den Zoon des mensen zien komen in een wolk, met grote kracht en heerlijkheid.
  • Als nu deze dingen beginnen te geschieden, zo ziet omhoog, en heft uw hoofden opwaarts, omdat uw verlossing nabij is.

Psalm 91: 4-8

  • HIJ zal u dekken met ZIJN vlerken, en onder ZIJN vleugelen zult gij betrouwen; ZIJN Waarheid is een Rondas en Beukelaar.
  • Gij zult niet vrezen voor den schrik des nachts, voor den pijl, die des daags vliegt;
  • voor de pestilentie, die in de donkerheid wandelt; voor het verderf, dat op de middag verwoest.
  • Aan uw zijden zullen er duizend vallen, en tienduizend aan uw rechterhand; tot u zal het niet raken.
  • Alleen zult gij het met uw ogen aanschouwen; en gij zult de vergelding der goddelozen zien.

Jesaja 40: 28-31

  • Weet gij het niet? Hebt gij niet gehoord, dat de eeuwige God, de HEERE, de Schepper van de einden der aarde, noch moede noch mat wordt? Er is geen doorgronding van ZIJN verstand.
  • HIJ geeft den moede kracht, en HIJ vermenigvuldigt de sterkte dien, die geen krachten heeft.
  • De jongens zullen moe en mat worden, en de jongelingen zullen gewisselijk vallen;
  • maar wie den HEERE verwachten, zullen de kracht vernieuwen; zij zullen opvaren met vleugelen, gelijk de arenden; zij zullen lopen, en niet moe worden; zij zullen wandelen, en niet mat worden.

Maleáchi 4: 1-3

  • Want ziet, die dag komt, brandende als een oven, dan zullen alle hoogmoedigen, en al wie goddeloosheid doet, een stoppel zijn, en de toekomstige dag zal ze in vlam zetten, zegt de HEERE der hemelscharen, DIE hun wortel, noch tak laten zal.
  • U daarentegen, die voor MIJN Naam ontzag heeft, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder ZIJN vleugelen; en gij zult uitgaan, en toenemen, als mestkalveren ( nieuwe aarde).
  • En gij zult de goddelozen vertreden; want zij zullen as worden onder de zolen uwer voeten, te dien dage, dien IK maken zal, zegt de HEERE der hemelscharen.

 

 

Het eerste wereldrijk Babel.

Getuigenis van Nebukadnézar:

Daniël 4: 2-5

  • Het behaagt mij te verkondigen de tekenen en wonderen, die de Allerhoogste God aan mij gedaan heeft.
  • Hoe groot zijn ZIJN tekenen! ZIJN Rijk is een eeuwige Rijk, en ZIJN Heerschappij is van geslacht tot geslacht..
  • Ik, Nebukadnézar, gerust zijnde in mijn huis, en in mijn paleis groenende,
  • zag een droom, die mij vervaarde, en de gedachten, die ik op mijn bed had, en de visioenen mijns hoofds beroerden mij.

De droom van de boom:

Daniël 4: 10-15 ( 16)

  • De visioenen nu mijns hoofds op mijn rustplaats waren deze: Ik zag, en ziet, er was een boom in het midden der aarde, en zijn hoogte was immens.
  • De boom werd groter en sterker; en zijn hoogte reikte aan de hemel, en hij werd gezien tot in de verte der ganse aarde;
  • zijn loof was schoon, en zijn vruchten waren vele, en er was spijs aan deze voor allen; onder hem vond het gedierte des velds schaduw, en de vogels der hemel woonden op zijn takken, en alle vlees werd daarvan gevoed.
  • Ik zag verder in de visioenen mijns hoofds, op mijn rustplaats; en ziet, een wachter, namelijk een heilige, kwam af van den hemelen,
  • roepende met kracht, en aldus zeggende: Houwt dien boom af, en kapt zijn takken af; stroopt zijn loof af, en verstrooit zijn vruchten, dat de dieren van onder hem wegzwerven, en de vogels van zijn takken;
  • doch laat de stam met zijn wortelen in de aarde, en geklonken worden met een ijzeren en koperen band in het tedere gras der velds; en laat hem in den dauw des hemels nat gemaakt worden, en zijn deel zij met het gedierte in het kruid der aarde./
  • ( Zijn hart worde veranderd, dat het geen mensenhart meer zij, en hem worde ene beestenhart gegeven, en laat zeven tijden over hem heengaan.)

De uitlegging van de droom door Daniël:

Daniël 4: 20-23

  • De boom, dien gij gezien hebt, die groot en sterk geworden was, en wiens hoogte tot aan den hemel reikte, en die over het ganse aardrijk gezien werd;
  • en wiens loof schoon, en wiens vruchten vele waren, en waar spijs aan zat voor allen, onder wien het gedierte des velds woonde, en op wiens takken de vogels der hemel nestelden;
  • dat zijt gij, o koning! die groot en sterk zijt geworden; want uw grootheid is zo opgewassen, dat zij reikt aan den hemel, en uw heerschappij aan het einde des aardrijks.
  • Dat nu de koning een wachter, namelijk een heilige gezien heeft, van den hemel afkomende, die zeide: Houwt dezen boom af, en verderft hem; doch laat den stam met zijn wortelen in de aarde, en met een ijzeren en koperen band geklonken zijnde, in het tedere gras des velds, en in de dauw des hemels nat gemaakt worden, en dat zijn deel zij met het gedierte des vlelds, totdat er zeven tijden over hem voorbijgaan;-

 

De hoogmoed van Nebukadnézar, en zijn val:

Daniël 4: 29-32

  • ..op het einde van twaalf maanden, toen hij op het koninklijk paleis van Babel wandelde,
  • sprak de koning, en zeide: Is dit niet het grote Babel, dat ik gebouwd heb tot een huis des koninkrijks, door de sterkte mijner macht, en ter ere mijner heerlijkheid!
  • Dit woord nog zijnde in des konings mond, viel er een stem uit den hemelen: U, o koning Nebukadnézar! wordt gezegd: Het koninkrijk is van u weggegaan.
  • En men zal u van de mensen verstoten worden, en uw woning zal van de beesten des velds zijn; men zal u gras te eten geven, als den ossen, en er zullen zeven tijden over u voorbijgaan, totdat gij bekent, dat de Allerhoogste over de koninkrijken der mensen Heerschappij heeft, en dat HIJ ze geeft, aan wien HIJ wil.

Alles is door God gemaakt, mensen hebben koninkrijken tevoorschijn gebouwd. Maar God is het DIE dat toelaat. Als mensen er een zooitje van maken, dan eindigt God deze menselijke heerschappijen.

Onze huidige wereld doet maar waar ie zin in heeft. Zij zijn van God vervreemd, omdat het niet meer geloofd wordt. Maar God zal deze aarde teniet doen, als mensen hun hoogmoed niet laten varen.

Nebukadnézar kwam tot bezinning dat hij eigenlijk niets was, als God hem geen koninkrijk had gegeven.

Daniël 4: 36

Ter zelfde tijd kwam mijn verstand weder in mij; ook kwam mijn heerlijkheid mijns koninkrijk, mijn majesteit en mijn glans weder op mij; en mij raadsheren en mijn geweldigen zochten mij, en ik werd in mijn koninkrijk bevestigd; en mij werd groter heerlijkheid toegevoegd.

Waarom? Vers 34,35