Het Lichaam van Christus.

Matthéüs 28: 18,19

  • En Jezus, bij hen komende, sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.
  • Gaat dan heen, onderwijst al de volken, deze dopende in den Naam van de Vader, de Zoon en van de Heiligen Geestes; lerende hen alles, wat Ik u geboden heb.

Johannes 14: 6

  • Jezus zeide…: Ik ben de Weg, de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot de Vader, dan door Mij.

Spreuken 8: 32-36/ 10: 7,8

  • Nu dan, kinderen! hoort naar Mij; want wel gelukzalig  zijn zij, die Mijn wegen bewaren.
  • Hoort de lering, en wordt wijs, en verwerpt die niet.
  • Wel gelukzalig is de mens, die naar Mij hoort, dagelijks wakende aan Mijn poorten, waarnemende de posten Mijner deuren.
  • Want die Mij vindt, vindt het Leven, en trekt een welgevallen van den HEERE.
  • Maar die tegen Mij zondigt, doet zijn ziel geweld aan; allen die Mij niet liefhebben, hebben de dood lief./
  • De gedachtenis des rechtvaardigen zal tot zegeningen zijn; maar de naam der goddelozen zal wegrotten.
  • Die wijs van hart is, neemt de geboden aan; maar die dwaas is van lippen, zal omvergeworpen worden.

Matthéüs 11: 28-30

  • Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.
  • Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen.
  • Want Mijn juk is zacht, en Mijn last is licht.

 

Johannes 3: 3,5/ Romeinen 6: 3-6

  • Jezus antwoordde en zeide…: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Indien iemand niet wederom geboren wordt, hij het Koninkrijk Gods niet inzien./
  • Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan./
  • Of weet gij niet, dat zovelen als wij in Christus Jezus gedoopr zijn, wij in Zijn dood gedoopt zijn?/
  • Want indien wij met Hem één plant geworden zijn in de gelijkmaking Zijne dood, zo zullen wij het ook zijn in de gelijkmaking Zijner opstanding;
  • dit wetende, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam der zonde teniet gedaan wordt, opdat wij niet meer de zonde zouden dienen.

( Uit water: gedoopt worden door onderdompeling; uit de Geest: de Heilige Geest ontvangen hebbende met de tekenen van de gelovigen.)

Handelingen 1: 8

 

1 Korinthe 12: 12-14/ Efeze 4: 4,5

  • Want gelijk het lichaam één is, en vele leden heeft, en al de leden van dit éne lichaam, vele zijnde, maar één lichaam zijn, alzo ook Christus.
  • Want ook wij allen zijn door één Geest tot één Lichaam gedoopt; hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot één Geest gedrenkt.
  • Want ook het lichaam is niet één lid, maar vele leden./
  • Eén Lichaam is het, en één Geest, gelijkerwijs gij ook geroepen zijt tot één hoop uwer roeping;
  • één Heere, één geloof, één doop.

Romeinen 8: 10,11

  • En indien Christus in u lieden is, zo is wel het lichaam dood om der zonden wil; maar de geest is levend om der gerechtigheid wil.
  • En indien de Geest van God, Die Jezus uit de doden opgewekt heeft, in u woont, zo zal HIJ, DIE Christus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijk lichaam levend maken, door ZIJN Geest, Die in u woont.

Markus 16: 16-18

 

 

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *