Het Licht in de duisternis:

Johannes 1: 1-5

  • In het begin was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.
  • Dit was in het begin bij God.
  • Alle dingen zijn door het Woord gemaakt, en zonder het Woord is geen ding gemaakt, wat gemaakt is.
  • In het Woord was het Leven, en het Leven was het Licht der mensen.
  • En het Licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het Licht niet begrepen.

Johannes 3: 19-21

  • En dit is het oordeel, dat het Licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het Licht; want hun werken waren boos.
  • Want een ieder, die kwaad doet, haat het Licht, en komt tot het Licht niet, opdat zijn werken niet bestraft worden.
  • Maar die de waarheid doet, komt tot het Licht, opdat zijn werken openbaar worden, dat zij in God gedaan zijn.

Jesaja 55: 10-12

  • Want gelijk de regen en de sneeuw van de hemel neerdaalt, en niet ( direct) terugkeert; maar doordrenkt de aarde, en maakt, dat zij voorbrengt en uitspruit, en zaad geeft de zaaier, en het brood geeft de eter;
  • alzo zal MIJN Woord, dat uit MIJN mond uitgaat, ook zijn, het zal niet ledig tot MIJ terugkeren; maar het zal doen, hetgeen MIJ behaagt, en het zal voorspoedig zijn in hetgeen, waartoe IK het zenden zal.
  • Want in blijdschap zult gij lieden uittrekken, en met vrede geleid worden; de bergen en heuvelen zullen geschal maken met vrolijk gezang voor uw aangezicht, en alle bomen zullen de handen samenklappen.

Psalm 36: 8-10

  • Hoe dierbaar is UW goedertierenheid, o God! voor de mensen, die onder de schaduw UWER vleugelen hun toevlucht nemen.
  • Zij worden dronken van de vettigheid UWE onderkomen; en GIJ drenkt hen uit de beek UWER wellusten.
  • Want bij U is de fontein van het Leven; in UW Licht zijn wij licht.

Jesaja 1: 18-20

  • Komt dan, en laat ons samen rechten, zegt de HEERE; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw, al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.
  • Indien gij lieden gewillig zijt en hoort, zo zult gij het goede van het land eten;
  • maar indien gij weigert, en weerspannig zijt, zo zult gij door het zwaard gegeten worden; want de mond des HEEREN het het gesproken.

Profetie van de Zoon des mensen, door Sálomo:

Spreuken 8: 33-36

  • Hoort de tucht, en wordt wijs, en verwerpt die niet.
  • Welgelukzalig is de mens, die naar Mij hoort, dagelijks wakende aan Mijn poorten, waarnemende de posten Mijner deuren.
  • Want die Mij vindt, vindt het Leven, en trekt een welgevallen van de HEERE God.
  • Maar die tegen Mij zondigt, doet zijn ziel geweld aan; allen die Mij niet liefhebben, hebben de dood lief.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *