De HEERE God de Almachtige:

 

Openbaring 1: 8

  • IK ben de Alfa en de Oméga, het Begin en het Einde, zegt de HEERE, DIE is, en DIE was, en DIE komen zal, de Almachtige.

Psalm 90: 1-6

  • Een gebed van Mozes, de man Gods. HEERE! GIJ zijt ons geweest een Toevlucht van geslacht tot geslacht.
  • Eer de bergen geboren waren, en GIJ de aarde en de wereld voortgebracht had, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt GIJ God.
  • GIJ doet de mens terugkeren tot verbrijzeling, en zegt: Keert weder, gij mensenkinderen!
  • Want duizend jaren zijn in UW ogen als de dag van gisteren, als hij voorbijgegaan is, en als een nachtwaak.
  • GIJ overstroomt hen; zij zijn gelijk een slaap; in de morgenstond zijn zij gelijk het gras, dat verandert;
  • in de morgenstond bloeit het, en het verandert; des avonds wordt het afgesneden, en het verdort.-

Openbaring 4: 11

  • GIJ HEERE, zijt waardig te ontvangen de heerlijkheid, en de eer, en de kracht; want GIJ hebt alle dingen geschapen, en door UW wil zijn zij, en zijn zij geschapen.

Jakobus 1: 17

  • Alle goede gave, en alle volmaakte gift is van boven, van de Vader der Lichten afkomende, bij WELKEN geen verandering is, of schaduw van omkering.

1 Johannes 1: 5

  • En dit is de verkondiging, die wij van HEM gehoord hebben, en wij u verkondigen, dat God een Licht is, en ganselijk geen duisternis in HEM is.

Daniël 7: 9,10/ Prediker 12: 13,14

  • Dit zag ik ( Daniël in een visioen), totdat er tronen gezet werden, en de OUDE van dagen ZICH zette, WIENS kleed wit was als sneeuw, en het haar ZIJNS hoofd als zuiver wol is; ZIJN troon was van vuurvonken, deszelfs raderen een brandend vuur.
  • Een vurige rivier vloeide, en ging van voor HEM uit, en duizendmaal duizenden dienden HEM, en tienduizenden tienduizend stonden voor HEM; het gericht zette zich, en de boeken werden geopend./
  • Van alles, wat gehoord is, is het einde van de zaak: Vrees God, en houd ZIJN geboden, want dit betaamt alle mensen.
  • Want God zal ieder werk der mensen in het gericht brengen, met al wat verborgen is, hetzij goed, hetzij kwaad.

Job 26:  7-11/ Amos 5: 8

  • HIJ breidt het noorden uit over het woeste; HIJ hangt de aarde aan niets.
  • HIJ bindt de wateren in ZIJN wolken; nochtans scheurt de wolk daaronder niet.
  • HIJ houdt het vlakke ZIJNE troon vast; HIJ spreidt ZIJN wolk daarover.
  • HIJ heeft een gezette perk over het vlakke der wateren rondom afgetekend, tot aan de voleinding toe van het licht met de duisternis.
  • De pilaren der hemel sidderen, en ontzetten zich voor ZIJN schelden./
  • DIE het Zevengesternte en de Orion maakt, en de donkerheid in de morgenstond verandert, en de dag als de nacht verduistert; DIE de wateren van de zee roept, en giet ze uit op de aardbodem, HEERE is ZIJN Naam.

Jakobus 2: 19/ Deuteronomium 4: 24

  • Gij gelooft, dat God een Enige God is; gij doet wel; de duivelen geloven het ook, en zij sidderen./
  • Want de HEERE, uw God, is een verterend vuur, een ijverig God.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *