Verheugd zijn in de waarheid:

Johannes 6: 54-56, 60, 63, 66-69

  • Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die heeft het eeuwige leven; en Ik zal hem opwekken op den uiterste dag.
  • Want Mijn vlees is waarlijk Spijs, en Mijn bloed is waarlijk Drank.
  • Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die blijft in Mij, en Ik in hem./
  • Velen dan van Zijn discipelen, dit horende zeiden: Deze rede is hard, wie kan deze horen?/
  • De Geest is het, Die levend maakt; het vlees is van geen nut. De woorden, die Ik tot u spreek, is geestelijk en is leven./
  • Van toen af gingen vele Zijne discipelen terug ( naar hun eigen weg), en wandelde niet meer met Hem.
  • Jezus dan heeft gezegd tot de twaalven: Wilt gij lieden ook niet weggaan?
  • Simon Petrus dan antwoordde Hem: Heere, tot wie zullen wij gaan? Gij hebt de woorden van het eeuwige leven?
  • En wij hebben geloofd en bekend, dat Gij zijt de Christus, de Zoon van de Levende God.

Johannes 15: 20

  • Gedenk het woord, dat Ik u gezegd heb: Een dienstknecht is niet meerder dat zijn heer. Indien zij Mij vervolgd hebben, zij zullen ook u vervolgen; indien zij Mijn woord bewaard hebben, zij zullen ook het uwe bewaren.

Verheugd zijnde:

Psalm 13: 6/ Psalm 119: 105,114

  • Maar ik vertrouw op UW goedertierenheid; mijn hart zal zich verheugen in UW heil; ik zal den HEERE zingen, omdat HIJ aan mij welgedaan heeft./
  • UW Woord is een Lamp voor mijn voeten; en een Licht voor mijn pad./
  • GIJ zijt mijn Schuilplaats en mijn Schild; op UW Woord heb ik gehoopt.

Romeinen 7: 20-22/ Galaten 5: 17

  • Indien ik hetgeen doe, dat ik niet wil, zo doe ik dat niet meer, maar de zonde, die in mij woont.
  • Zo vind ik dan deze wet in mij: als ik het goede wil doen, dat het kwade mij bijligt.
  • Want ik heb een vermaak in de wet van God, naar de inwendige mens;-/
  • Want het vlees tegenover de Geest, en de Geest tegenover het vlees; en deze twee staan tegenover elkander, alzo dat gij niet doet, hetgeen gij wilt.

Voorbeeld dat Jezus Gods wil graag doet:

Johannes 5: 30

  • Ik kan van Mijzelf niets doen. Gelijk Ik hoor, oordeel Ik, en Mijn oordeel is rechtvaardig; want Ik zoek niet Mijn wil, maar de wil van Mijn Vader, DIE Mij gezonden heeft.

Jeremía wilde ermee stoppen om de mensen te waarschuwen voor Gods toorn, maar hij verlangde ernaar om het uit te spreken:

Jeremía 20: 7-9

  • HEERE! GIJ hebt mij overreed, en ik ben overreed geworden; GIJ zijt mij te sterk geweest, en hebt overtroffen; ik ben de ganse dag uitgelachen, een ieder van hen bespot mij.
  • Want sinds ik spreek, roep ik uit, ik roep geweld en verstoring; omdat mij het Woord van de HEERE de ganse dag tot smaad en beschimping is.
  • Toen heb ik gezegd: Ik zal het ZIJNE niet gedenken, en niet meer in ZIJN Nam spreken; maar het werd in mijn hart als een brandend vuur, besloten in mijn beenderen; en ik vermoeide mij om het te verdragen, maar ik kon het niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *