Vanuit de duisternis, in het licht.

Psalm 18: 26-31

  • Bij de barmhartige houdt GIJ U barmhartig, bij de oprechte man houdt GIJ U oprecht.
  • Bij de reine houdt GIJ U rein, maar bij de verkeerde van hart bewijst GIJ U een worstelaar.
  • Want GIJ verlost het verdrukte volk, de hoge ogen vernedert GIJ.
  • Want GIJ doet mijn lamp lichten; de HEERE, mijn God, doet mijn duisternis opklaren.
  • Want met U loop ik door een bende, en met mijn God spring ik over een muur.
  • Gods weg is volmaakt, de rede van de HEEREN is doorlouterd; HIJ is een Schild voor allen, die op HEM betrouwen.

Jesaja 9: 1

  • Het volk, dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien; degenen, die wonen in het land van de schaduw van de dood, over dit volk zal een licht schijnen.

1 Johannes 1: 5/ Johannes 3: 33-36/Matthéüs 10: 27/ Johannes 8: 12

  • En dit is de verkondiging, die wij van Hem gehoord hebben, en wij u verkondigen, dat God een Licht is, en geheel geen duisternis is in HEM./
  • Die Zijn getuigenis aangenomen heeft, die heeft verzegeld, dat God waarachtig is.
  • Want God heeft Jezus gezonden, en Hij spreekt de woorden van God; want God geeft Hem de Geest niet met mate.
  • De Vader heeft de Zoon lief, en heeft alle dingen in Zijn hand gegeven.
  • Die in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die de Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, de toorn van God blijft op hem./
  • Hetgeen Ik u zeg in de duisternis, zegt het in het licht; en hetgeen gij hoort in het oor, predikt dat van de daken./
  • Jezus dan sprak wederom tot hen, zeggende: Ik ben het licht der wereld, die Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen, maar zal het licht van het leven hebben.

Johannes 3: 19-21

  • En dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht; want hun werken waren boos.

  • Want een ieder, die kwaad doet, haat het licht, en komt tot het licht niet, opdat zijn werken niet bestraft worden.
  • Maar die de waarheid doet, komt tot het licht, opdat zijn werken openbaar worden, wat zij in God gedaan hebben.

Matthéüs 5: 16

  • Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en uw Vader, DIE in de hemelen is, mogen verheerlijken.

Galaten 1: 10

  • Want predik ik nu de mensen of God? Of zoek ik mensen te behagen? Want indien ik nog mensen behaagde, zo ben ik geen dienstknecht van Christus.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *