De gouden regel.

Jakobus 2: 14-17

– Wat heeft het nut, mijn broeders, indien iemand zegt, dat hij het geloof heeft, en de werken ervan niet? Kan dat geloof hem zalig maken? Indien dan nu een broeder of zuster geen kleding, en gebrek zoudt hebben aan dagelijks voedsel; en iemand van u zou zeggen: Gaat heen in vrede, houdt u warm, en wordt verzadigd; en gij zoudt hen niet geven het nodige, wat voor een nut heeft dat dan? Alzo is ook het geloof, indien het de werken niet heeft, is in feite een dood geloof.

Kijk meer naar de ander, dan naar uzelf.

Behandel een ander hoe jezelf behandeld wilt worden, dit is de gouden regel die God, via Jezus ZIJN Zoon doorgegeven heeft. En Jezus heeft het weer aan Zijn discipelen doorgegeven, zodat zij het ook weer door kan geven, en wij het ook doorgeven.

Filippenzen 2:3,4/ Romeinen 12:9-11

– Doet geen ding door twisting en ijdele eer, maar door ootmoedigheid achte de een de ander uitnemender dan zichzelf. Een ieder zie niet op het zijne, maar een ieder zie vooral op de ander, hoe die lief te hebben./ De liefde zij ongeveinsd. Hebt een afkeer van het boze, en hangt het goede aan. Hebt elkander hartelijk lief met broederlijke liefde; met eer de een de ander voorgaande. Zijt niet traag in het doen. Zijt vurig van geest. Dient de HEERE.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *