De doop volgens God.

Spreuken 8:32-35
– Nu dan, kinderen! hoort naar Mij; want welgelukzalig zijn zij, die Mijn wegen bewaren.
– Hoort de tucht, en wordt wijs, en verwerpt die niet.
– Welgelukzalig is de mens, die naar Mij hoort, dagelijks wakende aan Mijn poort, waarnemende de posten Mijne deur.
– Want wie Mij vindt, vindt het leven, en trekt een welgevallen van de HEERE.

Lukas 3: 21,22

De weg van God tot het leven, via Jezus Christus, heeft een voorbeeld die na te volgen. Jezus begon deze weg met de doop. Onderdompeling in water, als volwassene. Zo trekt iemand een welbehagen van God, hoe God het wilt.

Een ander voorbeeld, is het voorberld van de kamerling, uit Afrika.

Handelingen 8: 35-38
– En Filippus deed zijn mond open en begon de Schrift te lezen die de kamerling las, verkondigde hem Jezus.
– En alzo zij over de weg reisden, kwamen zij aan een zeker water; en de kamerling zei: ziedaar water; wat verhindert mij gedoopt te worden?
– En Filippus had gezegd: Indien gij van harte gelooft, zo is het geoorloofd. En de kamerling, antwoordde: Ik geloof, dat Jezus Christus de Zoon van God is.
– En de kamerling gebood de wagen stil te houden; en zij beide daalde af in het water, en
Filippus doopte de kamerling in het water.

Als het besprenkelen genoeg zou zijn, kon dat buiten het water om, dan hoefde Fillipus slechts een beetje water uit een veldfles te nemen. Maar dat is geen dopen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *