Roemen.

Jakobus 4:13-17

– Welaan nu gij, die daar zegt: Wij zullen heden en morgen naar een stad reizen, en daar een jaar doorbrengen, en handel drijven, en winst maken. Gij, die niet weet, wat morgen geschieden zal, hoedanig is uw leven? Want het is een damp, die voor een weinig tijd gezien wordt, en daarna verdwijnt. In plaats dat gij zoudt zeggen: Indien naar des HEEREN wil, en wij leven zullen, zo zullen wij dit of dat doen. Maar nu roemt gij in uw hoogmoed; al de zodanige roem is boos. Wie dan weet goed te doen, en niet doet, dat is zonde.

Romeinen 5:1,2

– Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onze Heere Jezus Christus; door Welke wij ook de toeleiding hebben door het geloof tot deze genade, in welke wij staan, en roemen in de hoop der heerlijkheid van God.

2 Korinthe 10:17,18

– Doch wie roemt, die roeme in de HEERE. Want wie niet zichzelf prijst, maar de HEERE, die is beproefd.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *