Het ongezuurde nieuwe verbond.

Het volk van God, het oude Israël, kon zich niet aan de wetten van Mozes houden. Daarom is Jezus Christus gekomen, om niet alleen Israël te behouden, maar ook degenen die uit de heidenen, in de Zoon van God, geloven zouden. Om de Heilige Geest uit te laten storten, na zijn offer voor de zonden, en verheerlijking bij de Vader.

Hebreeën 8: 8-13

– Ziet, de dagen komen ( is alreeds), spreekt de HEERE, en IK zal over het huis Israëls, en over het huis van Juda een nieuw verbond oprichten; niet naar het verbond, dat IK met hun vaderen gemaakt heb, ten dage, toen IK hen bij de hand nam, om hen uit Egypte te leiden; want zij zijn in dit MIJN verbond niet gebleven, en IK heb op hen niet geacht, zegt de HEERE. Want dit is het nieuwe verbond, dat IK met het huis Israëls maken zal na die dagen, zegt de HEERE: IK zal MIJN wetten in hun verstand geven, en in hun harten zal IK die inschrijven (Joh.14:26); en IK zal hun tot een God zijn, en zij zullen MIJ tot een volk zijn. En zij zullen niet leren, een ieder zijn naaste, en een ieder zijn broeder, zeggende: Ken de HEERE; want zij zullen MIJ allen kennen… Want IK zal hun ongerechtigheid genadig zijn, en hun zonden en hun overtredingen zal IK geenszins meer gedenken. Als God zegt: Een nieuw verbond, zo heeft HIJ het eerste verbond oud gemaakt; dat nu oud gemaakt is (door God) en verouderd, is nabij de verdwijning.

Het vleselijke- en geestelijk Israël:

Johannes 10: 14-16/ Handelingen 10:45,46a

– Ik ( Jezus Christus) ben de goede Herder; en Ik ken de Mijnen, en wordt door de Mijnen gekend. Gelijkerwijs de Vader Mij kent, alzo ken Ik ook de Vader; en Ik stel Mijn leven voor de schapen (Matt.25:33,34). Ik heb nog andere schapen, die van deze stal niet zijn; deze moet Ik ook toebrengen; en zij zullen Mijn stem horen (Matt.13:23); en het zal één kudde worden, en één Herder./ En de gelovigen, die uit de besnijdenis waren, zovelen er met Petrus waren gekomen, ontzetten zich, dat de gave (Hand.2:38) van de Heilige Geest ook op de heidenen uitgestort werd. Want zij hoorden hen spreken (1 Kor.14:2) met vreemde talen, en God groot maken.-

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *