Zalig zijn de gevers.

Lukas 12: 27-29,34

– Aanmerkt de leliën, hoe zij wassen; zij arbeiden niet, en spinnen niet; en Ik zeg u: ook Sálomo in al zijn heerlijkheid is niet bekleed geweest als een van deze. Indien nu God het gras dat heden op het veld is, en morgen in de oven geworpen wordt, alzo bekleedt, hoeveel meer u, o kleingelovigen! Vraagt niet bij uzelf, wat gij eten, of wat gij drinken zult; weest niet wankelmoedig.- Want waar uw schat is, aldaar zal ook uw hart zijn.

Lukas 6: 36-38

– Weest dan barmhartig, gelijk ook uw Vader barmhartig is. En oordeelt niet, en gij zult niet geoordeeld worden; verdoemt niet, en gij zult niet verdoemd worden; laat los, en gij zult losgelaten worden. Geeft, en u zal gegeven worden; een goede, aangedrukte, en geschudde en overlopende maat zal men in uw schoot geven; want met dezelfde maat, waarmee gij meet, zal u wedergemeten worden.

2 Korinthe 9:6,7

– En dit zeg ik: Wie spaarzaam zaait, zal ook spaarzaam maaien; en wie in zegeningen zaait, zal ook in zegeningen maaien. Een ieder doe, gelijk hij in zijn hart voorneemt; niet uit droefheid, of uit dwang; want God heeft een blijmoedige gever lief.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *