De ongoddelijke christen.

2 Timothéüs 2: 15-17a

– Benaarstig u, om  uzelf beproefd door God voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der Waarheid recht snijdt. Maar stel u tegen het ongoddelijk ijdelroepen; want die zulke dingen doen, zullen in meerdere goddeloosheid toenemen. En hun woord zal vooreten, gelijk de kanker;-

Titus 1: 15,16

– Alle dingen zijn wel rein voor de reinen, maar de bevlekte en ongelovige is geen ding rein, maar beide hun verstand en geweten zijn bevlekt. Zij belijden dat zij God kennen, maar zij verloochenen HEM met de werken, alzo zij gruwelijk zijn en ongehoorzaam, en tot alle goed werk ongeschikt.

1 Timothéüs 4:7

– Verwerp de ongoddelijke en oudwijfse fabelen; en oefen uzelf tot godzaligheid.

Titus 3: 4,5/ 2 Timothéüs 4: 2,5

– Wanneer de goedertierenheid van God, onze ZALIGMAKER, en ZIJN liefde tot de mensen verschenen is, heeft HIJ ons zalig gemaakt, niet uit de werken van rechtvaardigheid, die wij gedaan hadden, maar naar ZIJN barmhartigheid, door het Bad van wedergeboorte en vernieuwing van de Heilige Geest;-/ – Daarom:-/ Predik het Woord; houd aan tijdelijk, ontijdelijk; weerleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer.- Maar, wees wakker in alles, lijd verdrukking; doe het werk van een evangelist, maak, dat men van uw dienst ten volle verzekerd zij.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *