Jezus Christus, Zoon van God.

Spreuken 8:

– 22,23 > De HEERE bezat Mij in het begin van ZIJN weg, vóór ZIJN werken, van toen aan. Ik ben van eeuwigheid af gezalfd geweest; van de aanvang, van de oudheden van de aarde aan.

– 24,25 > Ik was geschapen, toen de afgronden nog niet waren, toen nog geen fonteinen waren, zwaar van water; aleer de bergen ingevest waren, vóór de heuvels was Ik geboren.

– 26 > HIJ had de aarde nog niet gemaakt, noch de velden, noch de het stof van de aarde.

– 27,28 > Toen HIJ de hemelen bereidde, was Ik daar; toen HIJ een cirkel over het vlak van de afgrond beschreef; toen HIJ de opperwolken van boven vestigde; toen HIJ de fonteinen van de afgrond vast maakte;-

– 29 > toen HIJ de zee in haar perk zette, opdat de wateren ZIJN bevel niet zouden overschrijden; toen HIJ de grondvesten van de aarde stelde;-

– 30,31 > toen was Ik een verzorger bij HEM, en Ik was dagelijks ZIJN vermakingen, ten aller tijde voor ZIJN aangezicht spelende; spelende in de wereld van ZIJN aardrijk, en Mijn vermakingen zijn als die van kinderen van mensen.

– 32,33 > Nu dan, kinderen! hoort naar Mij; want zeer gelukkig zijn degenen die Mijn wegen bewaren. Hoort de lering, en wordt wijs, en verwerpt die niet.

– 34 > Zeer gelukkig is de mens, die naar Mij hoort, dagelijks wakende aan Mijn poorten, waarnemende de posten van Mijn deuren.

– 35 > Want wie Mij vindt, vindt het leven, en trekt een welgevallen van de HEERE.

– 36 > Maar wie tegen Mij ongehoorzaam is, doet zijn ziel geweld aan; allen die Mij niet liefhebben, hebben de dood lief.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *