Vrouwelijke dienaren.

1 Korinthe 11: 13-15

– Oordeelt gij onder uzelf: is het passend, dat de vrouw onbedekt God aanbid? Of leert u ook de natuur zelf niet, dat een man lang haar draagt, het hem een oneer is? Maar zo een vrouw lang haar draagt, dat het haar tot eer is; omdat het lange haar voor haar als een bedeksel is gegeven?

IN DE GEMEENTE:

1 Korinthe 11:5,6,10/1 Timothéüs 2:12

– Een ieder vrouw, die bidt of profeteert met ongedekte hoofd, onteert haar eigen hoofd; want het is een en hetzelfde, alsof zij haar haar geschoren heeft. Want indien een vrouw niet bedekt is, dat zij ook geschoren wordt; maar indien het lelijk is voor een vrouw geschoren te zijn, of haar haar gekort te hebben, dat zij zich bedekken.-Daarom moet de vrouw een macht op het hoofd hebben, om de wil van Engelen./ Doch ik laat niet toe, dat zij leert, ook niet over de man heerst, maar dat zij in stilheid is.

IN DIENST VAN HET PREDIKEN OP STRAAT:

Romeinen 16:12/Filippenzen 4:2,3

– Groet Tryféna en Tryfósa, vrouwen die in de HEERE arbeiden. Groet Persis, de beminde zuster, die veel gearbeid heeft in de HEERE./ Ik vermaan Euodía, en ik vermaan Syntyche, dat zij eensgezind zijn in de HEERE. En ik bid ook u, gij mijn oprechte metgezel, wees deze vrouwen behulpzaam, die met mij gestreden hebben in het Evangelie, ook met Clemens, en de andere mijn medearbeiders, welke namen zijn in het boek van het leven.

Galaten 3:27,28

– Want zovelen als gij in Christus gedoopt zijn, hebt gij Christus aangedaan. Daarin is niet de Jood of heiden; daarin is niet de slaaf of vrije; daarin is niet de man of vrouw; want gij zijt allen één in Christus.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *