Huisgenoten Gods.

1 Timothéüs 5:8

– Doch wanneer iemand de zijne, en voornamelijk zijn huisgenoten, niet verzorgt, die heeft het geloof verloochend, en is erger dan een goddeloze.

De geestelijke:

Rom. 12:9-13/1 Kor. 12:12,13

– De liefde zij ongeveinsd. Hebt een afkeer van het boze, en hangt het goede aan. Hebt elkander hartelijk lief met broederlijke liefde; met eer de ander voor laten gaan (Ipv jezelf als eerste). Weest niet traag in het groeien. Zijt vurig van geest. Dient de HEERE. Verblijdt u in de hoop. Weest geduldig in uw verdrukking. Volhardt in het gebed. Deelt mede tot de behoefte van de heiligen, die uw naaste zijn. Tracht naar de herbergzaamheid./ Want gelijk het lichaam één is, en vele leden heeft, en al de leden van dit éne lichaam, vele zijnde, maar één lichaam zijn, alzo ook Christus. Want ook wij allen zijn door één Geest tot één Lichaam gedoopt; hetzij Joden, hetzij Grieken ( de wereld), hetzij vrijen; en wij zijn allen tot één Geest gedrenkt.

De materie:

Romeinen 12:20/1 Johannes 3:17

– Indien dan uw vijand gebrek heeft aan spijs, zo spijzigt hem; indien hij dorst heeft, zo geeft hem te drinken; want dat doende, zult gij kolen vuur op zijn hoofd hopen./ Zo wie nu het goed van deze wereld heeft, en ziet zijn broeder gebrek hebben, en hij sluit zijn hart voor hem, hoe kan de liefde van God in hem zijn?

1 Korinthe 12:17-20

– Was het gehele lichaam het oog, waar zou het gehoor zijn? Was het gehele lichaam het oor, waar zou de neus zijn? God heeft nu het gehele lichaam met verschillende leden gezet, gelijk HIJ het wilt. Waren zij allen maar één lid, waar zou het lichaam zijn? Maar nu zijn er vele leden, doch maar één lichaam.

Matthéüs 5:16

– Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uit uw goede werken mogen zien dat u God liefheeft, uw Vader mogen verheerlijken, DIE in de hemelen woont.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *