Bokkerige eigenwijsheid.

Spreuken 1:22,23

– Gij slechten! hoelang zult gij de slechtheid beminnen, en de spotters voor zich de spotternij begeren, en de dwazen wetenschap haten? Keert u tot MIJN kastijding; ziet, IK zal MIJN Geest op u overvloedig uitstorten; IK zal MIJN woorden u bekend maken.

Spreuken 1:24-26

– Terwijl IK geroepen heb, en gij geweigerd hebt; MIJN hand naar u uitgestrekt heb, en er niemand was, die het opmerkte; en gij al MIJN raad verworpen, en MIJN kastijding niet gewild hebt; zo zal IK ook in uw verderf lachen; IK zal spotten, wanneer uw angst zal komen.

Spreuken 1:27-31

– Wanneer dan uw angst komt, gelijk een catastrofe, en uw verderf aankomt als een wervelwind; wanneer u benauwdheid en angst overkomt; dan zult gij tot MIJ roepen, maar IK zal niet antwoorden; gij zult MIJ vroeg zoeken, maar gij zult MIJ niet vinden; daarom, dat gij de wetenschap haat, en het ontzag voor de HEERE niet hebt verkoren. MIJN raad hebt gij niet gewild; al MIJN kastijding hebt gij achter u geworpen; zo zal gij eten van de vrucht van uw eigen weg, en zal gij u verzadigen met uw eigenwijze raadslagen. ( NT vert.)

Spreuken 15:2

– De tong van de wijzen ( maagden: Matt.25) maakt de wetenschap goed; maar de mond der dwazen stort overvloedig dwaasheid uit.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *