Hoe God rechtvaardigheid ziet.

Romeinen 7: 14-16

  • Want wij weten, dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde.
  • Want hetgeen ik doe, dat begrijp ik niet, maar hetgeen ik wil, dat doe ik niet, maar hetgeen ik haat, dat doe ik.
  • En indien ik hetgeen doet, wat ik niet wil, zo stem ik de wet toe, dat zij goed is.

Conclusie van Paulus:

Romeinen 7: 24,25

Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen van het lichaam die dood gaat? Ik dank God, door Jezus Christus, onze Heere.

Paulus wist dat zijn vlees niet gered kon worden, maar door Gods genade kan hij een eeuwig geestelijk leven beërven, door in de Geest te wandelen.

De farizeeër en de tollenaar:

Lukas 18: 9

  • Jezus had gezegd tot sommigen, die bij zichzelf vertrouwde, dat zij rechtvaardig waren, en de anderen als minder achtte, deze gelijkenis:
Twee mensen gingen op in de tempel om te bidden, de een was een farizeeër, en de andere een tollenaar.

Vers 11-14

  • De farizeeër, staande, bad dit bij zichzelf: O God! ik dank U, dat ik niet ben gelijk de andere mensen: rovers, onrechtvaardigen, overspelers; of ook gelijk deze tollenaar.
  • Ik vast twee maal per week; ik geef tiende van alles, wat ik bezit.
  • En de tollenaar, van ver staande, wilde zelfs niet zijn ogen opheffen naar de hemel, maar sloeg op zijn borst, zeggende: O God! wees mij zondaar genadig!
  • Ik zeg u: Deze tollenaar ging af rechtvaardiger naar huis, meer dan de farizeeër; want een ieder, die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden, en wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden.

Niemand is dus rechtvaardig, wanneer men denkt rechtvaardig te doen. Wie de Geest van God heeft, door de tekenen van de gelovigen, strijdt voortdurend tegen de wil van het vlees. Door deze strijd te strijden, ziet God hoe die persoon werkt.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *