De oprechten, vallen in Gods gunst.

Spreuken 28: 13,14

  • Wie zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar die ze bekent en laat, zal barmhartigheid verkrijgen.
  • Welgelukzalig is de mens, die voortdurend ontzag heeft voor God; maar die zijn hart blijft verharden, zal in het kwaad vervallen.

Psalm 15

  • HEERE, wie zal verkeren in UW tent? Wie zal wonen op de berg UWE heiligheid?
  • Die oprecht wandelt, en die gerechtigheid werkt, en die met zijn hart de waarheid spreekt; die met zijn tong niet achterklapt, zijn metgezel geen kwaad doet, en geen smaadrede tegen zijn naaste pleegt; in wiens ogen de verworpene veracht is, maar hij eert degenen, die voor de HEERE ontzag heeft; heeft hij gezworen tot zijn schade, evenwel verandert hij niet; die zijn geld niet geeft voor woeker, en geen geschenk neemt tegen de onschuldige. Die deze dingen doet, zal niet wankelen in eeuwigheid.

Filippenzen 1: 9-11

  • En dit bid ik God, dat uw liefde nog meer en meer overvloedig wordt in erkentenis en alle gevoelen; opdat gij beproeft de dingen, die daarvan verschillen, opdat gij oprecht zijt, en zonder aanstoot te geven, tot de dag van Christus; vervuld met vruchten van gerechtigheid, die door Jezus Christus zijn tot heerlijkheid en prijs van God.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *