Geloof = vertrouwen dat het kan.

Matthéüs 17: 14-20

  • En wanneer zij bij de schare gekomen waren, kwam tot Hem een mens, vallende voor Hem op de knieën, zeggende:
  • Heere! ontferm U over mijn zoon; want hij is maanziek, en is in zwaar lijden; want menigmaal valt hij in het vuur, en menigmaal in het water.
  • En ik heb hem tot Uw discipelen gebracht, en zij hebben hem niet kunnen genezen.
  • En Jezus, antwoordde: O, ONGELOVIG en VERKEERD geslacht, hoelang zal Ik u nog verdragen? Brengt hem bij Mij.
  • En Jezus bestrafte de ziekte, en de lasteraar ging van hem uit, en de zoon werd genezen van dat uur af.
  • Toen kwamen de discipelen tot Jezus, terwijl Hij alleen was, en zeiden: Waarom hebben wij hem niet kunnen genezen?
  • En Jezus gaf hun ten antwoord: Vanwege uw ongeloof; want voorwaar Ik zeg u: Zo gij een geloof had als een mosterdzaad, gij zou tot een berg zeggen: Ga heen van hier naar daar, en de berg zal heengaan; en NIETS zal u onmogelijk zijn.

Matthéüs 14: 24-31

Jezus liet de discipelen per schip verder gaan, dat Hij later zou komen. De discipelen voerde op hun schip.

  • En het schip was nu midden in de zee, zijnde in nood vanwege de baren; want zij hadden tegenwind.
  • Maar op het vierde uur in de nacht kwam Jezus hun tegemoet, wandelende op de zee.
  • En de discipelen, Hem ziende op de zee wandelen, werden ontroerd, zeggende tot elkander: Het is een spook! En zij schreeuwden het uit van angst.
  • Maar terstond sprak Jezus hun aan, zeggende: Weest met goede moed, Ik ben het, vreest niet.
  • En Petrus antwoordde Hem, en vroeg: Heere! indien Gij het zijt, zo gebied mij tot U te komen op de zee.
  • En Jezus zei: Kom. En Petrus klom vanuit het schip op het water, en wandelde op de zee, om tot Jezus te komen.
  • [ moet u zich voorstellen, dat Petrus werkelijk op het water wandelde? Maar dat hij zeker begon te twijfelen, of het wel kon: Op het water lopen? Dat kan toch helemaal niet?]
  • Maar hij zag de sterke wind, en begon te vrezen, en wanneer hij begon te zinken, riep hij: Heere, behoud mij!
  • En Jezus, gelijk de hand uitstrekte, greep hem bij de hand, en zei tot Petrus: Gij kleingelovige! WAAROM HEBT GIJ GEWANKELD?

Geloof hebben is vertrouwen hebben dat het mogelijk is, dat het kan.

Toen Jezus het land rondwandelde om mensen door middel van genezingen het Koninkrijk van God te verkondigen, kon Hij dat niet overal?

Matthéüs 13: 54-58

  • …..En Hij heeft daar weinige krachten gedaan, vanwege hun ongeloof.

Dus om te geloven, moet men er zeker van zijn, dat het gebeurd, anders blijft het vruchteloos.

Handelingen 2: 38-40

vers 40: Het verkeerde geslacht is het geslacht wat dit niet gelooft. Wordt erdoor behouden, en volg het voorbeeld op, hoe men moet geloven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *