De weg tot het ware leven.

De HEERE God is een genadige God, voor wie ZIJN wil willen gehoorzamen en navolgen. Er komt een tijd aan, en is alreeds hier, dat God voor veel gelovigen een God is, zoals zij zichzelf aan hun eigen begeerlijkheden navolgen; en dat ongelovigen/ goddelozen, denken (zonder een keihard bewijs), dat zij van apen afstammen. Maar, God is genadig en geduldig!

2 Petrus 3: 7-11

  • De hemel, die nu is, en de aarde, zijn door hetzelfde Woord als een schat weggelegd, en worden voor het vuur bewaard tegen de dag van het oordeel, en de vernietiging van goddeloze mensen.
  • Doch deze ene zaak zij u niet onbekend, geliefden, dat een dag bij de HEERE is als duizend jaar, en duizend jaar als één dag.
  • De HEERE vertraagt de belofte niet (gelijk enige dat als traagheid achten), maar is geduldig over ons, niet willende, dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen.
  • De dag van de HEEREN zal komen als een dief in de nacht, in welke de hemel met een gedruis zal voorbijgaan, en de elementen branden zullen en vergaan, en de aarde en de werken, die daarin zijn, zullen verbranden.
  • Terwijl dan deze dingen alle vergaan, hoedanig behoort gij te zijn in heilige wandel en godzaligheid.

Wie tot God zich bekeerd, moeten door de nauwe poort, op de smalle weg tot het ware leven gaan. Degenen die in eigenwijsheid hun weg tot God nemen ( dwaze maagden in Matthéüs 25:1-13), om door de ruime poort en de brede weg te gaan, zullen verloren zijn in de tweede dood, de dood voor eeuwig.

Helaas gaan op de brede weg vele ongehoorzame christenen, maar zeker de goddelozen. Toch zal God hen de kans geven, om alsnog tot bekering te komen, wanneer de plagen zullen komen, of reeds aanstaande zijn.

Openbaring 16:7-11

  • En de vierde Engel goot zijn fiool uit op de zon; en haar is macht gegeven de mensen te verhitten door vuur.
  • En de mensen werden verhit met grote hitte, en lasterden de Naam van God, DIE macht heeft over deze plagen; en zij bekeerden zich niet, om HEM heerlijkheid te geven.
  • En de vijfde Engel goot zijn fiool uit op de troon van het beest (antichrist); en zijn rijk is verduisterd ( Matth.24:29) geworden; en zij kauwden op hun tongen van de pijn; en zij lasterden de God van de hemelen vanwege hun pijnen, en vanwege hun zweren; en zij bekeerden zich niet van hun goddeloze werken.

Maar voor degenen, die zich al werkelijk bekeerd hebben (Hand.2:38), naar Gods wil en wet, zullen met Christus het ware leven leven.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *