Oprecht zijn, voor het aangezicht Gods.

2 Samuël 22:26,27/ Psalm 15:1-5

  • Bij de goedertierene houdt GIJ U goedertieren; bij de oprechten houdt GIJ U oprecht.
  • Bij de reine houdt GIJ U rein; maar bij de verkeerde houdt GIJ U verdraaid./
  • HEERE, wie zal verkeren in UW tent? Wie zal wonen op de berg van UWE heiligheid?
  • Wie oprecht wandelt, en in wie gerechtigheid werkt, en die met zijn hart de waarheid spreekt; wie met zijn tong geen achterklap doet, zijn metgezel geen kwaad doet, en geen smaadrede opneemt tegen zijn naaste; in wiens ogen de verworpene veracht is, maar hij eert degenen, die de HEERE vrezen; heeft hij gezworen tot zijn schade, evenwel verandert hij niet; die zijn geld niet geeft op woeker, en geen geschenk neemt tegen de onschuldige. Die deze dingen doet, zal niet wankelen in eeuwigheid.

Filippenzen 1:9-11

  • En dit bid ik God, dat uw liefde nog meer en meer overvloedig wordt in erkentenis en alle gevoelen; opdat gij beproeft de dingen, die daarvan verschillen, opdat gij oprecht zijt, en zonder aanstoot te geven, tot de dag van Christus; vervuld met vruchten van gerechtigheid, die door Jezus Christus zijn tot heerlijkheid en lof van God.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *