De tweede Adam.

Genesis 2:7

  • En de HEERE God had de mens geformeerd uit het stof van de aarde, en in zijn neusgaten geblazen de adem van het leven; alzo werd de mens tot een levende ziel.

Het verdere verslag uit Genesis, die Moshe door Gods Autoriteit opgeschreven had, verteld ons de zondeval, die Eva ( duidelijk zichtbaar in de 21e eeuw, hoe eigenwijs een vrouw kan zijn) begonnen was, en daarna haar man Adam verleidde de onvolmaaktheid en de dood in te treden (1 Tim.2:4).

Nadat Adam met zijn vrouw Eva de onvolmaaktheid ingingen, moest er een oplossing komen, om de gehele mensheid, van deze onvolmaaktheid te ontdoen.

Romeinen 5:8-15

  • God bevestigt ZIJN liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is (Jes.53), wanneer wij nog zondaars waren.
  • Veel meer dan, zijnde nu gerechtvaardigd door Zijn bloed, zullen wij door Hem behouden worden van Gods toorn.
  • Want indien wij, vijanden waren, nu met God verzoend zijn door de dood van ZIJN Zoon, veel meer zullen wij, verzoend worden, behouden zijnde door Zijn leven.
  • En niet alleen uit dit, maar wij roemen (in ons hart) ook in God, door onze Heere Jezus Christus, door Welke wij nu de verzoening gekregen hebben.
  • Daarom, gelijk door één mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood (Ezech.18:20a); alzo de dood tot alle mensen doorgegeven is, in welke allen gezondigd hebben (1 Joh.3:4).
  • Want tot de wet was de zonde in de wereld; maar de zonde wordt niet aangerekend, wanneer er geen wet is [daarom was er geen sprake van incest].
  • De dood heeft geheerst van Adam tot Moshe toe, ook over degenen, die niet gezondigd hadden in de gelijkheid die Adam overtreden had, welke een voorbeeld is Degene, Die komen zou.
  • Doch niet, gelijk de misdaad, alzo is ook de genadegift, want indien, door de misdaad van één, velen gestorven zijn, zo is veel meer de genade van God, en de gave door de genade, die daar is van één mens Jezus Christus, overvloedig geweest over velen.

1 Korinthe 15:49-53

  • En gelijkerwijs wij het beeld van het aardse gedragen hebben, alzo zullen wij ook het beeld van het Hemelse dragen.
  • Doch dit zeg ik, broeders, dat vlees en bloed het Koninkrijk van God niet beërven kunnen, en de verderfelijkheid beërft de onverderfelijkheid niet.
  • Ziet, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden; in een punt van tijd, in een oogwenk, met de laatste trompet; want de trompet zal luiden, en de doden (in Christus) zullen onverderfelijk opgewekt worden, en wij zullen veranderd worden (1 Thess.4:16,17).
  • Want dit verderfelijke moet onverderfelijkheid aandoen, en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen.

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *