Mijn genade is u genoeg.

1 Johannes 3:18-24

  • Kinderen van God, laat ons niet liefhebben met het woord alleen, ook niet met de tong, maar met daad en waarheid.
  • Hieraan kennen wij, dat wij uit de waarheid zijn, en wij zullen onze harten verzekeren voor God.
  • Want indien ons hart (door de Geest) ons veroordeelt, God is meerder dan ons hart, en HIJ weet alle dingen.
  • Geliefden! indien ons hart ons niet veroordeelt, zo hebben wij vrijmoedigheid tot God; en zo wat wij vragen, ontvangen wij van HEM, terwijl wij ZIJN geboden bewaren, en doen, hetgeen behagelijk is voor HEM.
  • En dit is ZIJN gebod, dat wij geloven in de Naam van Jezus Christus, en elkaar liefhebben, gelijk HIJ ons een gebod gegeven heeft.
  • En wie ZIJN geboden bewaart, blijft in HEM, en HIJ in ons. En hieraan kennen wij, dat HIJ in ons blijft, namelijk uit de Geest, Die HIJ ons gegeven heeft.

Sinds wij opnieuw geboren zijn, kan het zijn dat er enkele oude gewoontes van het oude leven, die nog geworteld zijn in het vlees, onze wandel in de Geest dwarsbomen. Er is dus strijd, de strijd van het vlees en de Geest.

2 Korinthe 12:6-9/Galaten 5:16,17

  • Want zo ik roemen wil, ik zal niet onwijs zijn, want ik zal de waarheid zeggen: maar ik hou mij daarvan af, opdat niemand van mij denkt boven hetgeen hij bemerkt, dat ik ben, of wat hij uit mij verneemt.
  • En opdat ik mij door de uitnemendheid van openbaringen niet zou verheffen, zo is mij gegeven een scherpe doorn in het vlees, namelijk een engel van satan, dat hij mij met vuisten slaan zou, opdat ik mij niet zou verheffen.
  • Hierover heb ik de Heere Jezus driemaal gebeden, opdat deze van mij zou wijken.
  • En Hij heeft tot mij gezegd (in de Geest): Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Zo zal ik dan veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij woont./
  • En ik zeg: wandelt door de Geest en volbrengt de begeerte van het vlees niet.
  • Want het vlees begeert tegen de Geest, en de Geest tegen het vlees; en deze twee staan tegenover elkaar, alzo dat gij niet doet, hetgeen het vlees wilt.

Romeinen 7:18-26 (de strijd in ons geweten)

  • Want ik weet, dat in mij, dat is, in mijn vlees, geen goedheid woont; want het willen is wel bij mij, maar om het goede te doen, dat vind ik niet.
  • Want het goede wat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, wat ik niet wil, dat doe ik.
  • Indien ik hetgeen doe, wat ik niet wil, zo doe ik nu dat niet meer, maar de zonde, die in mij woont.
  • Zo vind ik dan deze wet in mij, wanneer ik het goede wil doen, dat het kwade mij bijligt.
  • Want ik heb een vermaak in de wet van God, naar de inwendige mens; maar ik zie een andere wet in mijn leden, welke strijdt voert tegen de wet van mijn geweten, en mij gevangen neemt onder de wet van de zonde, die in mijn leden is.
  • Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen van dit lichaam van de dood?
  • Ik dank God, door Jezus Christus, onze Heere.
  • Zo dan, ikzelf dien wel met het geweten door de Geest de wet van God, maar met het vlees de wet van de zonde.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *