De zoon des verderfs.

2 Thessalonica 2:1-4

En wij vragen u, broeders, door onze eigen vergadering tot Hem, dat gij niet haastig bewogen wordt van verstand, of verschrikt, noch door geest, noch door woord, noch door zendbrief als door ons geschreven, alsof de dag van Christus aanstaande was.

Dat niemand u verleidt in enige wijze; want die dag komt niet eerder dan dat eerst het afval gekomen is, en dat de mens van grote zonde geopenbaard is, de zoon des verderfs, die zich tegenstelt en verheft boven al wat God genaamd of als God geëerd wordt, alzo dat hij als in een tempel van God als een god zal zitten, zichzelf vertonende dat hij God is.

2 Thessalonica 2:11,12

En daarom zal God ZELF hun zenden een kracht van dwaling, dat zij de leugen geloven zouden, opdat zij allen veroordeeld worden, die de Waarheid niet geloofd hebben, maar een welbehagen hebben in de ongerechtigheid.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *