De liefde van God negeren.

1 Johannes 3:16,17

Hieraan hebben wij de liefde gekend, dat Jezus Zijn leven voor ons gesteld heeft; en wij zijn schuldig zorg te dragen voor onze broeders voor het leven.

Zo wie dan nu het goed van de wereld heeft, en ziet zijn broeder gebrek hebben, en sluit zijn hart voor hem, hoe blijft de liefde van God in die persoon?

Matthéüs 25:41-46 (ieder zal zijn verantwoording nemen)

  • Dan zal Jezus zeggen tot degenen die aan Zijn linkerhand zijn: gaat weg van Mij, gij vervloekten, in het eeuwige vuur die voor de duivel en zijn engelen bereid is.
  • Want Ik was hongerig geweest, en gij hebt Mij niet te eten gegeven.
  • Ik was een vreemdeling, en gij hebt Mij niet geherbergd, Ik was naakt, en hebt Mij niet gekleed, Ik was ziek of in de gevangenis, en gij hebt geen aandacht aan Mij besteed.
  • Dan zullen die (christenen) Hem antwoorden: Heere, wanneer hebben wij U hongerig gezien of dorstig of als vreemdeling of naakt of ziek of in de gevangenis, en hebben U niet gediend?
  • Dan zal Jezus hun antwoorden en zeggen: voorwaar Ik zeg u, voor zovelen gij dit aan één van Mijn minste broeder niet gedaan hebt, zo hebt gij dat ook niet aan Mij gedaan.
  • En die aan de linkerkant zijn zullen gaan in de eeuwige straf, maar de rechtvaardig verklaarden in het eeuwige leven.

Matthéüs 18:6,7

Maar wie één van deze minste die in Mij geloven, ergert, het was beter geweest dat hij niet geboren was, het is beter dat hij een molensteen om zijn nek zou binden en zichzelf in de diepte van de zee te werpen.

Wee de wereld vanwege de ergernissen! want het is noodzakelijk, dat de ergernissen komen, maar wee die mens door welke die ergernis komt!

[ Als christen behoren wij als één lichaam voor elkaar te zorgen. Wie dit liever niet doet, is niet een christen, maar een duivel. Wie een broeder niet helpt, zodat hij zou gaan zondigen, dan is degene die zijn broeder doet zondigen erger dan een goddeloze ]

1 Korinthe 12:14,15

Want ook het lichaam is niet één lid, maar vele leden.

Indien de voet zou zeggen: omdat ik de hand niet ben, zo ben ik niet van het lichaam, is die daarom niet van het lichaam?

Wederom: 1 Johannes 3 vers 17

Er zijn rijke en arme christenen, als de rijke door hun gierigheid (dat is afgoderij), een arme broeder negeert, door de andere kant op te kijken, is de liefde van God niet in hem, ook al zou hij zeggen van wel en onder de genade zou vallen (vergelijk: Matt.7:21-23). Die persoon is al vervloekt door God, omdat hij zijn geldgod (Mammon) boven God stelt.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *