Gods woord is getrouw.

Psalm 33:1-4

  • Jubelt, gij rechtvaardigen! zingt vrolijk in de HEERE, lof betaamt de oprechten van hart.
  • Looft de HEERE met harp, psalmzingt HEM met de luit en het tiensnarig instrument.
  • Zingt HEM een nieuw lied, speelt wel met vrolijk geschal.
  • Want het Woord van de HEERE is recht, en al ZIJN werk is getrouw.

Het verschil tussen Gods Woord en die van een mens, die als een bok (Mattheüs 25:32,33 >), trouweloos voortdrijft:

Spreuken 26:22-28

  • De woorden van de lasteraar zijn als lekkernijen, zij glijden immers af naar de schuilhoeken van hun hart.
  • Zilverglazuur op een potscherf, zo zijn zij brandende lippen en hebben een boos hart.
  • Die haat koestert, veinst met zijn lippen, maar in zijn binnenste bergt hij bedrog.
  • Al spreekt hij met vriendelijke stem, gelooft hem niet, want zeven gruwelen zijn in zijn hart.
  • Al tracht de haat zich door bedrog te verbergen, zijn boosheid komt in de vergadering wel aan het licht.
  • Wie een kuil graaft voor een ander, zal er zelf in vallen, en wie een steen omdraait, op hem zal het terugvallen.
  • Een leugentong haat hen die zij kwelt, en een gladde mond bereidt verderf.

2 Timothéüs 2:11-13

  • Het Woord is betrouwbaar: immers, indien wij met Christus gestorven zijn, zullen wij ook met Hem leven, indien wij volharden, zo zullen wij ook met Hem als koningen heersen, indien wij Hem verloochenen, zal ook Hij ons verloochenen, indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw, want Hij kan Zichzelf niet verloochenen.