Als een kind zijn.

Wie een goede rechtwandelende christen wilt zijn, behoren zich te vernederen als een kind.

Matthéüs 18:4,5

  • Wie nu zichzelf gering zal achten als een kind, die is de grootste in het Koninkrijk van de hemelen.
  • En een ieder, die zo’n kind ontvangt in Mijn Autoriteit, ontvangt Mij.

In Mattheüs 25 wordt herhaaldelijk gezegd door de Zoon van God, dat wie de minste broeder iets aandoet, of het nu iets goeds is, of iets kwaad, hij/zij dat Jezus Christus dat aandoen.

Vers 40 vertelt ons:…..

  • Voorwaar, Ik zeg u, in zoverre gij dit aan één van deze Mijn minste broeder hebt gedaan, hebt gij het Mij gedaan.

Matthéüs 18:6,7

  • Een ieder, die één van deze minste , die in Mij gelooft tot zonde verleidt, het zou beter zijn voor hem, dat een molensteen om zijn hals was gehangen en hij verzwolgen was in de diepte van de zee.
  • Wee de wereld vanwege de verleidingen tot zonde. Want er moeten verleidingen komen, maar wee die mens, door welke de verleiding komt.

Een kind is makkelijk te verleiden, laat staan een kind van God. Een kind van God heeft de liefde van God, en zal alles geloven, omdat het kind oprecht is van hart.

1 Korinthe 13:6,7 zegt dan ook over liefde?

  • Zij is niet blijde over ongerechtigheid, maar zij is blijde met de waarheid.
  • Alles bedekt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles verdraagt zij.

God is liefde, maar ook is er toorn bij HEM. Toorn voor degenen die het tegenovergestelde doen wat God liefheeft.*

Spreuken 10:9

  • Wie in oprechtheid wandelt, gaat veilig, maar wie zijn (eigen) wegen verdraait, wordt doorzien.

Romeinen 16:17,18

  • Ik vermaan u, broeders, dat gij hen* in het oog houdt, die, in afwijking van het onderwijs, dat gij hebt ontvangen, de onenigheden en de verleidingen veroorzaken, en mijdt hen.
  • Want zulke lieden dienen niet onze Heere Jezus Christus, maar hun eigen buik, en misleiden door hun schoonklinkende en vrome taal de harten van de simpele.

Een kind van God zijn, die is rechtvaardig in Gods ogen. Dat zijn voor God de goede mensen. De boze en volwassen “kind van God” is niet nederig en gedraagt zich niet als een voorbeeldig christen. Zij gedragen zich als een egoïstische hond die hun eigen braaksel opslurpen.