Met één been in de wereld?

1 Johannes 2:16,17

  • Want al wat in de wereld is, namelijk: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en een hoogmoedig leven, is niet uit de Vader, maar uit de wereld.
  • En de wereld gaat voorbij en haar begeerte, maar wie de wil van God doet, blijft in eeuwigheid.

Ja! Wie de wil van God doet, blijft in eeuwigheid. Niet degenen die het wel goed vind, om de wereldse zaken erbij te nemen, dat is half met God te wandelen, en half met de wereld.

Kolossenzen 3:5-7

  • Doodt dan uw leden, die op aarde zijn, namelijk: immoraliteit, onreinheid, hartstochten, boosaardige begeerte en vooral de hebzucht, die niet anders is dan afgoderij, om welke de dingen de toorn van God komt.
  • Daarin hebt gij ook eertijds gewandeld, toen gij erin leefde.

Weet dat de Satan de heerser is van deze wereld en al wat er in de wereld is?

Toen Jezus na veertig dagen gevast te hebben in de woestijn, werd Hij beproefd door de Satan. Deze afvallige engel zei iets opmerkelijks:

Lukas 4:5-7

  • En de Satan voerde Hem op een hoogte en toonde Hem al de koninkrijken van de wereld in een ogenblik tijds.
  • En de Satan zeide tot Hem: U zal ik al deze macht geven en hun heerlijkheid, want zij is mij overgeleverd, en ik geef haar wie ik wil. Indien Gij mij dan aanbidt, zal zij geheel van U zijn.

Mensen die het goed hebben in deze wereld, en zeggen een christen te zijn, moeten ervoor zorgen dat hun rijkdom aan arme mensen, ten meeste aan hun broeders en zusters gedeeld wordt. Doen zij dat niet, dan zal Satan hen nog meer zegenen met rijkdom, zodat zij zullen gaan denken dat God hun zegend?

Wat zei Jezus tot een rijke jongeling?

In Mattheüs 19:16-24 wordt door Jezus gezegd om rijkdom uit te delen, want dan zal men een schat in de hemelen hebben. Maar rijke mensen zijn door hun overvloed egoïstisch.

Matthéüs 26:41/ Romeinen 8:26

Waakt en bidt, dat gij niet in verzoeking komt, de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.

En evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp, want wij weten niet wat wij bidden [tongentaal] zullen naar hetgeen behoort, maar de Geest Zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.