Wat is de mens?

De mens vergaart, voelt zich sterk, voelt zich machtig en hij kan alles maken en doen.

Ja de mens is goed.

Hij zorgt goed voor zich zelf.

Bouwt een mooi huis voor hem.

Hij heeft een goed gevulde bankrekening, een mooie auto.

Ja de mens doet het goed.

De Bijbel zegt iets heel anders.

De mens is als het gras.

Zijn spullen als een bloem in het gras.

Is het gras goed en heeft het genoeg water, is het mooi, en de bloem is nog mooier.

Maar, wat als de zon schijnt en er geen water is?

We hebben allemaal het de afgelopen zomer kunnen zien.

Het gras verdort en de bloem valt af. En men vind haar stand plaats niet weer.

Zo is het ook met de mens.

Als de mens, hoe machtig ook, hoe rijk hij ook is, hoe knap hij ook is, sterft, men vindt niets meer van dat alles meer terug.

Herinneringen blijven, maar ook dat vervaagt met de tijd. Nabestaande ruimen het mooie huis wat hij had leeg, en doen het weg. De auto wordt verkocht, en zijn geld wordt verdeeld en op gemaakt.

Niets maar dan ook niets, blijft in stand, niets kan de mens mee nemen de dood in, niets van zijn kennis blijft hij houden. Kaal en berooid gaat hij zijn graf in, en blijft alleen achter.

Nabestaande rouwen om hem, maar het leven gaat door, tranen drogen op, de lach komt terug. En men vergeet de mens.

Het is een spiegel die ik u voor houd.

We denken niet altijd aan de dood, of staan er bij stil.

Maar toch is het heel goed om dat eens te doen.

Je te realiseren dat alles om je heen, ook je zelf, vergankelijk is, en niet blijvend.

Stil te staan, dat je elke minuut van de dag of nacht kan sterven.

Stil te staan bij het feit dat alles wat je bezit, gekregen is en dat je slechts rentmeester bent van alles wat je bezit.

Stil te staan bij, hoe ga ik om, met het geen wat God mij toe bedeeld.

Je afvragen, doe ik het wel goed met alles waar ik rentmeester over ben.

Maar bovenal, doe ik met alles wat ik heb, het naar Gods wil.

Moet ik die dikke bankrekening nog meer spekken, of moet ik om mij heen kijken, en zien die arme man of vrouw, die geen geld heeft om eten te kopen of kleren. Moet ik niet van de rijkdommen die ik heb, mijn naaste geven, en zo mijn mede mens helpen.

Zei Jezus niet: als iemand om je rok vraagt, geef hem ook je onderrok? 

Om over na te denken.

Als u voor de rechterstoel van God staat, wat denkt u dat God zal vragen?

Hoe dik je bankrekening was toen je op aarde leefde?

Of zal God je vragen: Hoe bent u om gegaan met hetgeen Ik u gegeven heb?

Natuurlijk wil ik niet zeggen, dat je geen huis, auto of geld mag hebben. Dat natuurlijk wel.

Maar let wel, geld is een gevaarlijk iets.

Je moet oppassen dat je niet gegrepen wordt door het hebben van geld, de mannon.

Er staat een heel mooi voorbeeld daar over in de bijbel: de rijke jongeling.

Hij bezat veel rijkdom, en hij wilde Jezus volgen. Jezus zei, verkoop alles wat je bezit en volg mij. De jongeling ging bedroeft heen, staat er, wat hij had vele bezittingen.

‘En Jezus zag hem aan en zeide: Hoe moeilijk kunnen zij, die geld hebben, in het Koninkrijk Gods ingaan. Want het is gemakkelijker, dat een kameel gaat door het oog ener naald, dan dat een rijke het Koninkrijk Gods binnengaat.’

Lucas 18:24-25 

Zo even een voorbeeld uit de Bijbel.

Het delen van jou rijkdom, ook dat is wat Jezus zegt: heb u naaste lief als u zelf.

Wat is de mens?

Stof, hij is de kroning van de schepping, maar ook gelijk de verwoesting van de schepping, God zag dat het goed was, en de mens? Hij maakt het kapot. Brengt de zonde over de schepping.

Wij de mens.

Sterk?

Knap?

Wijs?

Rijk?

Kunnen alles?

We zijn gelijk het gras!

En leven bij de genade van God.

We kunnen nog geen eens ook maar een zonde bij God, zelf goed maken.

We kunnen zelf niet ons leven verlengen.

We kunnen bij ons zelf, geen doden doen opstaan.

Wij wijs en zo verstandig?

Kom nou toch, we leven bij de genade van God, en kunnen niets tot ons eigen heil bij dragen.

Jezus moest voor ons lijden en sterven, Hij nam de schuld op zich, die wij hebben gemaakt.

En de mens?

Hij mag vergeving vragen bij God, in Jezus naam.

Hij mag hopen op de genade van God.

Hij zal terug keren tot stof, waar hij ook van geschapen is.

Dat is de mens, zondig en onvolmaakt.

Hamba Tuhan