Wie behoort het Evangelie toe?

Romeinen 8:14 geeft de hint wie de kinderen van God zijn. Het zijn geen letterlijke kinderen, maar de geestelijke kinderen!

Dit zei Jezus tot Zijn volgelingen. Dat zijn degenen die gehoorzaam zijn, wat Hij ook zegt.

Mattheüs 11: 15-19

  • Wie oren heeft om te horen, die horen!
  • Waarmee zal Ik dit geslacht vergelijken? Het is gelijk aan kinderen, die op de markt zitten en de anderen toeroepen:
  • Wij hebben voor u op de fluit gespeeld en gij hebt niet gedanst, wij hebben klaagliederen gezongen en gij hebt geen misbaar gemaakt.
  • Want Johannes is gekomen, niet etende en niet drinkende, en de omstanders zeggen: hij heeft een boze geest.
  • De Zoon van God is gekomen, wèl etende en drinkende, en de omstanders zeggen: zie een vraatzuchtig mens en een wijnzuiper, een vriend van tollenaars en zondaars. En de wijsheid is gerechtvaardigd op grond van haar werken.

Mattheüs 11: 22-24

  • Doch Ik zeg u, het zal voor Tyrus en Sidon dragelijker zijn in de dag van het oordeel dan voor u.
  • En gij Kapérnaüm, zult gij ten hemel verheven worden? Tot het dodenrijk zult gij nederdalen, want indien Sodom de krachten waren geschied, die u geschied zijn, het zou gebleven zijn tot op de dag van heden.
  • Maar Ik zeg u, het zal voor het land van Sodom dragelijker zijn in de dag van het oordeel dan voor u.

Mattheüs 11: 27-30

  • Alle dingen zijn Mij overgegeven door Mijn Vader en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon en DIE het de Zoon wilt openbaren.
  • Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven, neemt Mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen, want Mijn juk is zacht, en Mijn last is licht.

De kinderen begrijpen de rust! Niet één keer in de week, maar 365 dagen in het jaar.

Lukas 10:16/1 Johannes 4:6

  • Wie naar u hoort, hoort naar Mij, en wie u verwerpt, verwerpt Mij, en wie Mij verwerpt, verwerpt God, DIE Mij gezonden heeft./
  • Wij zijn uit God, wie God kent, hoort naar ons, wie uit God niet is, hoort naar ons niet. Hieraan onderkennen wij de Geest van de waarheid en de geest van dwaling.

Weest tegen de wolven:

Titus 1: 13-16

  • Dit getuigenis is waar. Daarom, weerleg hen kortweg, opdat zij gezond mogen worden in het geloof, en niet het oor lenen aan Joodse fabelen en geboden van mensen, die zich van de waarheid afkeren.
  • Alles is rein voor de reinen, maar voor hen, die besmet en onbetrouwbaar zijn, is niets rein. Maar bij hen zijn zowel het denken als het geweten besmet.
  • Zij belijden wel, dat zij God kennen, maar met hun werken verloochenen zij God, daar zij verfoeilijk en ongehoorzaam zijn en niet deugen voor enig goed werk.

2 Johannes 1: 9-11

  • Een ieder, die verder gaat [mensengeboden bijvoegt] en niet blijft in de Leer van Christus, heeft God niet, maar wie wel in die Leer blijft, deze heeft zowel de Vader als de Zoon.
  • Indien iemand tot u komt en deze (Hand.2:38) Leer niet brengt, ontvangt hem niet in uw huis en heet hem niet welkom.
  • Want wie hem welkom heet, heeft deel aan zijn boze werken.

1 Johannes 2: 18-20

  • Kinderen, het is de laatste uren, en gelijk gij gehoord hebt, dat er een antichrist komt, zijn er nu ook vele antichristen opgestaan, en daaraan onderkennen wij, dat het de laatste uren is.
  • Zij zijn van ons uitgegaan [afgesplitst], maar zij waren uit ons niet, want indien zij uit ons geweest waren, zouden zij bij ons gebleven zijn, maar aan hen moest openbaar worden, dat niet alle christenen uit ons zijn. [vergelijk Matt.7:21-23]
  • Gij echter hebt een zalving van de Heilige Geest en gij weet dat allen. (Joh.14:26; Mark.16:17,18; 1 Kor.14:2; Rom.8:26)

Degenen die de kinderen van God zijn, hebben de Heilige Geest, met het bewijs ervan. Maar degenen die Deze Geest niet hebben, beschouwen de geestvervulden als dwazen, ja, zelfs als van de duivel bezeten!