Ego’s.

In Matthéüs 19:16-24 benadrukt onze Heere Jezus Christus, dat wie rijk zijn hun rijkdom moeten kunnen afleggen. Wie zich eraan vastklampt, is een egoïst! Jezus geeft ons een gelijkenis het volgende in vers 23 &24:

  • Voorwaar, Ik zeg u, een rijke zal moeilijk het Koninkrijk van de hemelen binnengaan.
  • Wederom zeg ik u, het is gemakkelijker, dat een kameel gaat door het oog van een naald dan dat een rijke het Koninkrijk Gods binnengaat.

Een kameel gaat natuurlijk nooit door een oog van een naald? Dat betekent, dat een rijke man, die zijn rijkdom vast blijft houden voor zichzelf, nooit in het Koninkrijk van God binnen kan gaan. Zo’n persoon is in Gods ogen een egoïst!


2 Timothéüs 3:1-5

  • Weet wel, dat er in de laatste dagen zware tijden zullen aanbreken: want de mensen zullen liefhebbers zijn van zichzelf, zelfzuchtig, geldgierig, pochers, vermetel, kwaadsprekers, hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, liefdeloos, trouweloos, lasteraars, onmatig, onhandelbaar, afkerig van het goede, verraderlijk, roekeloos, opgeblazen van trots, meer liefde voor genot dan liefhebbers voor God, die een schijn hebben van godsvrucht ( witgepleisterde graven), maar de kracht daarvan verloochent hebben; houdt u verre van dezen.

Kolossenzen 3:5

  • Doodt dan de leden, die van de aarde zijn, namelijk: immoraliteit, onreinheid, hartstocht, boze begeerten, en de hebzucht, die niet anders is dan afgoderij, om welke dingen de toorn Gods komt.

Romeinen 13: 10

  • De liefde doet de naaste (in de HEERE) geen kwaad, daarom is de liefde de vervulling van de wet.