Jezus Christus komt terug.

Voordat Jezus Christus, de Zoon van God, terugkomt, om Zijn smalle pad wandelaars in de Geest tot Zich te nemen, moeten mensen zich realiseren of zij nu uit God zijn of uit de duivel. Of zij nu het onkruid zijn of de rijpe vruchten!

Voordat Jezus Christus terugkomt, zal er eerst een grote verdrukking komen, dat de zon verduistert zal zijn, en de maan in de nacht rood als bloed, dit is in de tijd van de antichrist, als zijn rijk verduistert zal zijn. De tijd aan dat voorafgaande zal de zon haar hitte doen stralen op de mensen, zodat zij kwaadaardige zweren zullen krijgen.

Niemand zal het nu nog weten hoe het eruit zal zien, wanneer Jezus Christus terugkomt. Maar als het zover is, zullen mensen beseffen dat wat zij gedaan hebben in het leven, totale ijdelheid is geweest. Dat zij haastig zullen zoeken welke excuus ze zullen verzinnen om in die heerlijkheid te blijven.- Matthéüs 7:21-23

Matthéüs 24:21,29,30

  • Want er zal dan een grote verdrukking zijn, zoals er niet is geweest vanaf het begin der wereld tot nu toe en ook nooit meer wezen zal.-
  • Terstond na die verdrukking zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar glans niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen [de aarde zal schudden, zodat het lijkt dat de sterren vallen] en de machten der hemelen zullen wankelen.
  • En dan zal het teken van de Zoon van God verschijnen aan de hemel en dan zullen alle mensen op aarde zich op de borst slaan [he? Het is waar?] en zij zullen de Zoon van God zien komen op de wolken van de hemel, met grote macht en heerlijkheid.

Een gelijkenis over een zaaier die zaad zaaide op een akker, wat de roeping van God aan mensen moet voorstellen. Dat er onder Gods roeping, ook dienaren van Satan aanwezig zijn.

De dienaren van Satan, zijn doodnormale mensen, die geen besef hebben dat zij Satans dienaren zijn. Deze mensen wandelen niet met God, maar in hun vleselijke natuur, hun verstandige menselijkheid. Zij eren God op hun eigen manier, en niet op Gods manier.

Matthéüs 13:37-40/ 2 Petrus 3:10,11

  • Hij antwoordde en zeide: Die het goede zaad zaait, is de Zoon van God, de akker is de wereld, het goede zaad, dat zijn de kinderen van het Koninkrijk (Romeinen 8:14), het onkruid (1 Korinthe 2:14) zijn de kinderen van het boze; de vijand, die het onkruid gezaaid heeft, is Satan; de oogst is de voleindiging van de wereld; de maaiers zijn de Engelen.
  • Zoals nu het onkruid verzameld wordt en met vuur verbrand, zo zal het gaan bij de voleindiging van de wereld./
  • Maar de dag des HEEREN zal komen als een dief in de nacht [voor natuurlijke christenen]. Op die dag zullen de hemelen met een gedruis voorbijgaan en de elementen door vuur vergaan, en de aarde en de werken daarop zullen gevonden worden.
  • Daar al deze dingen aldus vergaan, hoedanig behoort u dan te zijn in heilige wandel en godsvrucht.

Verzen 14-18

  • En ik zag en zie, een witte wolk, en op de wolken Iemand, Die is gezeten als een Goddelijke Zoon met een gouden kroon op Zijn hoofd en een scherpe sikkel in Zijn hand.
  • En een Engel kwam uit de tempel en riep met luide stem tot Hem, Die op de wolken gezeten was: zend Uw sikkel uit en maai, want het uur om te maaien is gekomen, want de oogst van de aarde is geheel rijp geworden.
  • En Hij, Die op de wolken gezeten was, zond Zijn sikkel uit op de aarde, en de aarde werd gemaaid.
  • En een andere Engel kwam uit de tempel, die in de hemelen is, ook hij met een scherpe sikkel.
  • En een andere Engel kwam uit het altaar, deze had macht over het vuur en hij riep met luide stem tot hem, die de scherpe sikkel had, zeggende: zend uw scherpe sikkel uit en oogst de trossen van de wijngaard der aarde, want zijn druiven zijn rijp.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *