Het oordeel.

Degenen die waarlijk in God zijn, heeft zijn naaste, zijn broeder en zuster, lief gelijk als zichzelf. Deze zullen bewaart worden op de oordeelsdag als schapen zijnde aan de rechterzijde van Christus.

De bokken, de haters, de eigenwijzen, de andere Evangelie predikers, de vervloekten, die aan de linkerzijde geplaatst zijn, hun deel zal zijn op de oordeelsdag, geworpen in het verterend vuur, die speciaal voor Satan en zijn engelen bereid is. – Matthéüs 25:32,33,41

De zelfrechtvaardigers, die zeggen zo goed te zijn, dat zij goede dingen gedaan hebben, dat zij de Heilige Geest hebben, door alleen het bewijs te hebben van blijdschap of te vallen in de Geest, zullen op de oordeelsdag niet herkend worden door Jezus Christus.- Matthéüs 7:21-23

Degenen die zeggen in God te geloven door Jezus Christus, die al zeggen de hemel in te gaan, die zeggen dat iedereen een kind van God is, en dat iedereen hun naaste zijn, hebben geen werken van het geloof, hebben ook niet de Geest van God en van Christus, zijn als dwaze maagden, die wel de Lamp Jezus Christus hebben, maar niet de olie.- Matthéüs 25: 8-12

We moeten niet zelf gaan oordelen hoe wij zijn, we moeten geen witgepleisterde graf zijn, die mooi van buiten schijnen.

Niemand is voor God rechtvaardig, we worden door God gerechtvaardigd door de genade die in Christus Jezus is, door het Bad der wedergeboorte en de vernieuwing door de Heilige Geest, zijn wij een nieuw schepsel geworden.- Titus 3:4-7

2 Korinthe 6:3-10/ 5:11,13-15

  • Wij geven in geen enkel opzicht enige aanstoot, opdat onze bediening niet gesmaad wordt, maar wij doen onszelf in alles kennen als dienaren Gods, in vele dulden, in verdrukking, in noden, in benauwdheden, in slagen, in gevangenschap, in oproeren, in moeite, in nachten zonder slaap, in dagen zonder eten, in reinheid, in kennis, in lankmoedigheid, in rechtschapenheid, in de Heilige Geest, in ongeveinsde liefde, in de prediking van de Waarheid, in de kracht Gods, met wapenen van gerechtigheid in de rechterhand en in de linkerhand, onder eer en smaad, in kwaad gerucht en goed gerucht, als verleiders en toch betrouwbaar, als niet bekend en toch wèl bekend, als stervende en zie, wij leven, als getuchtigd, maar niet ten dode, als bedroefd, maar altijd blijde, als arm, maar velen rijk makend, als niets hebbend en toch alles bezittend./
  • Daar wij dan weten, hoe zeer de HEERE te vrezen is, trachten wij de mensen te overtuigen; –
  • Want hetzij wij in geestvervoering kwamen, het was in dienst van God, hetzij wij nuchter van zin zijn, het is ter wille van u.
  • Want de liefde van Christus dringt ons, daar wij tot het inzicht gekomen zijn, dat Een voor allen gestorven is. Dus zijn zij allen gestorven. En voor allen is Hij gestorven, opdat zij, die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem, Die voor hen gestorven is en opgewekt (Rom.6:4).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *