Weest een schaap, geen bok.

Weest geen bok wanneer u een nieuwe schepping bent.

Een schaap is gehoorzaam aan de Herder, een bok daarentegen is koppig, en doet het anders dan hoe God het wilt.

In Mattheüs 25 vers 33 en 41 wordt benadrukt wat Koning Jezus gaat doen met koppige bokken. Er zal geen genade zijn.

Spreuken 1:20-29
De Wijsheid roept overluid op de straat, op de pleinen verheft zij haar stem, op de hoek van rumoerige straten roept zij, bij de ingangen der poorten, in de stad, spreekt zij haar redenen:
Hoelang zult gij, onverstandigen, het onverstand liefhebben, zullen spotters aan spotternij een welbehagen hebben, en dwazen de kennis haten?
Keert u tot MIJN vermaning!
Zie, IK wil MIJN Geest voor u uitstorten, u MIJN Woorden bekendmaken.
Omdat gij geweigerd hebt, toen IK riep, niemand acht gaf, toen IK MIJN hand uitstrekte, gij al MIJN raadgevingen in de wind sloegt, en MIJN vermaning niet wilde, daarom zal IK ook lachen om uw verderf, IK zal spotten, wanneer uw verschrikking komt.
Wanneer uw verschrikking zal komen als een storm en uw verderf zal aansnellen als een wervelwind, wanneer benauwdheid en angst over u komen zal, dan zullen zij tot MIJ roepen, maar IK zal niet antwoorden, zij zullen MIJ zoeken, maar MIJ niet vinden.
Omdat zij de kennis hebben gehaat en het ontzag voor de MIJ niet hebben verkozen, MIJN raad niet hebben gewild.

God heeft de ZIJNE lief, maar wie ongehoorzaam en koppig blijft, die heeft HIJ niet lief.

2 Petrus 2:1-3
Er zijn onder het volk van Israël valse profeten geweest, zoals ook onder u valse leraars zijn zullen, die verderfelijke ketterijen zullen doen binnensluipen, zelfs de Heere Jezus Christus, Die hen gekocht heeft, verloochenen en een haastig verderf over zichzelf brengen zullen.
En velen zullen hun losbandigheden navolgen, zodat door hun toedoen de Weg van de Waarheid gelasterd zal worden, en zij zullen uit hebzucht met verzonnen redeneringen u als koopwaar behandelen, maar hun oordeel houdt zich reeds lang met hen bezig en hun verderf sluimert niet.

Velen zullen zich tijdens de wederkomst van Jezus Christus, zich verontschuldigen, maar er zal geen genade zijn, zij zullen niet gekend worden. – Mattheüs 7:21-23

Titus 1:16
Zij belijden wel, dat zij God kennen, maar met hun werken verloochenen zij HEM, daar zij verfoeilijk en ongehoorzaam zijn en niet deugen voor enig goed werk.

Maar hoe zit dat met de schapen?

Spreuken 1:33/8:35
Maar wie naar MIJ (God) luistert, zal gerust wonen, beveiligd tegen de verschrikking van het onheil./
Want wie Mij (Jezus) vindt, heeft het leven gevonden, hij heeft van de HEERE een welgevallen verkregen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *