Geen eer van mensen.

Jezus Christus, de Zoon van God, is naar de aarde gekomen, om Gods wil te doen, en het Woord van God aan mensen te verkondigen.
Hij behaagd geen mensen, maar brengt Gods liefde aan mensen door.
Hij doet Gods wil, en dat behoren wij ook te doen, en niet onszelf te behagen, maar God via Jezus Christus.

Johannes 12:36-44
Gelooft in het licht, zolang gij het licht hebt, opdat gij kinderen van het licht moogt zijn.
Dit sprak Jezus en Hij ging heen en verborg Zich voor hen.
En hoewel Hij zovele tekenen voor hun ogen gedaan had, geloofden zij niet in Hem, opdat het woord van de profeet Jesaja vervuld werd, dat hij sprak: HEERE, wie gelooft, wat wij gehoord hebben, en aan wie is de arm des HEEREN geopenbaard?
Hierom konden zij niet geloven, omdat Jesaja elders gezegd heeft: HIJ heeft hun ogen verblind en hun hart verhard, dat zij niet met hun ogen zien, met hun hart verstaan en zich bekeren, en IK hen geneze.
Dit zeide Jesaja, omdat hij Zijn heerlijkheid zag en van Hem sprak.
En toch geloofden zelfs uit de oversten velen in Hem, maar ter wille van de Farizeeën kwamen zij er niet voor uit, om niet uit de synagoge te worden verbannen, want zij waren gesteld op de eer van mensen, méér dan op de eer van God.
Jezus riep en zeide: wie in Mij gelooft, gelooft niet in Mij, maar in HEM, DIE Mij gezonden heeft.

Behoren wij niet alzo te wandelen, gelijk als Jezus? Om geen eer van mensen te nemen? Om het juiste Evangelie te prediken, en niet het Evangelie naar de wil van mensen te verkondigen?

Wij zijn gelijk als de eerste christenen :
1 Thessalonicenzen 2:1-6
Want zelf weet gij, broeders, dat ons komen bij u niet zonder vrucht is geweest.
Immers, ondanks de mishandeling en smaad, die wij, zoals gij weet, te Filippi tevoren ondergaan hadden, hebben wij u, in onze God vrijmoedig, onder zware strijd het Evangelie van God gebracht.
Want ons vermanen komt niet voort uit dwaling, ook niet uit onzuivere bedoeling, het gaat ook niet met list gepaard.
Integendeel, daar God ons waardig heeft gekeurd om ons het Evangelie toe te vertrouwen, spreken wij, niet om mensen te behagen, maar God, DIE onze harten keurt.
Want wij hebben ons nooit afgegeven met vleierijen, zoals gij weet, of met enig baatzuchtig voorwendsel, God is getuige!
Ook zochten wij geen eer bij mensen, noch van u, noch van anderen, hoewel wij als apostelen van Christus ons hadden laten gelden.

Galaten 1:10, 11
Tracht ik thans mensen te winnen, of God?
Of zoek ik mensen te behagen?
Indien ik nog mensen trachtte te behagen, zou ik geen dienstknecht van Christus zijn.
Want ik maak u bekend, broeders, dat het Evangelie, hetwelk door mij verkondigd is, niet is naar de mens.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *