Het begin van het einde.

Openbaring 6:1-17

  • En ik zag, toen het Lam één van de zeven zegels opende, en ik hoorde één van de vier dieren zeggen met een stem als van een donderslag: Kom!

Dit is het begin van het einde.

De verzen van 3 tot 8 wordt verteld over de tweede tot het vierde zegel met de figuurlijke paarden, die de aarde rond gaan om dood en verderf te veroorzaken.

En wat zien wij om ons heen?

  • Toen Hij het vijfde zegel opende, zag ik de zielen van hen, die geslacht waren om het Woord van God en om het getuigenis, dat zij hadden.
  • En zij riepen met luide stem en zeiden: tot hoelang, o Heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet aan hen, die op de aarde wonen?
  • En aan elk van hen werd een wit gewaad gegeven, en hun werd gezegd, dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook het getal vol zou zijn van hun mededienstknechten en broeders, die gedood zouden worden evenals zij.

In de Bijbel wordt vele malen gesproken dat er een zeer grote aardbeving zal plaatsvinden over de gehele aarde.

Jesaja 24 vers 18 tot 24 spreek hier ook over.

  • En ik zag, toen Hij het zesde zegel opende, en daar geschiedde een grote aardbeving en de zon werd zwart als een haren zak en de maan werd geheel als bloed.
  • En de sterren van de hemel vielen op aarde, gelijk een vijgenboom zijn wintervijgen laat vallen, wanneer het door een harde wind geschud wordt.

De aarde zal dreunen en schudden, op het effect van kernexplosies, de zon zal door die explosies verduisterd worden, dat de maan rood zal tinten. De sterren vallen uit de hemel, doelt op dat wanneer zo’n explosie gebeurt, de hemel boven bevriest, en er grote hagelstenen naar beneden zullen vallen, als sterren.

  • En de hemel week terug als een boekrol, die wordt opgerold, en alle berg en eiland werden van hun plaats gerukt.

Het effect van zo’n explosie is dat door die kracht de hemel wijkt als een boekrol.

Degenen die goddeloos zijn, en niet erkennen dat er een levende God bestaat, staan perplex als God door Zijn Zoon zal openbaren.

  • En de koningen van de aarde en de grote machten en de overste over duizenden en de rijken en de slaven en vrije verborgen zich in de holen en tussen de rotsen van de bergen, en zij zeiden tot de bergen en tot de rotsen: valt op ons en verbergt ons voor het aangezicht van HEM, DIE zit op de troon, en voor de toorn van het Lam, want de grote dag van Hun toorn is gekomen en wie kan bestaan?

De koningen zijn ook regeringen, en de machten en oversten over duizenden zijn legermachten, zij zoeken ontkoming, want zij komen erachter dat hun macht niets voorstelt, wanneer zij deze grotere macht zien. Ook beseffen zij dat het allemaal waar blijkt te zijn, dat God en Zijn Zoon bestaat.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *