Spring naar toolbar

Wandelen met God, als gelovige:.

Efeze 5: 15-18

  • Ziet dan, hoe gij voorzichtig wandelt, niet als onwijze, maar als wijzen.
  • De tijd uitkopende, terwijl de dagen boos zijn.
  • Daarom zijt niet onverstandig, maar verstaat, welke de wil des HEEREN zij.
  • En wordt niet dronken in wijn, waar overdaad is, maar wordt vervuld met den Geest;-

Romeinen 12: 2

  • En wordt deze wereld niet gelijkvormig; maar wordt veranderd door de vernieuwing van uw gemoed, opdat gij moogt beproeven, welke de goede, en welbehaaglijke en volmaakte wil van God zij.

 

1 Korinthe 7: 1,2, 8,9,27,28,32,33

  • …; het is een man goed geen vrouw aan te raken.
  • Maar om de hoererij, zal een ieder man zijn eigen vrouw hebben, en een ieder vrouw haar eigen man./
  • Doch ik zeg de ongetrouwde, en de weduwen: Het is goed, indien zij blijven ( vrijgezel), gelijk als ik.
  • Maar indien zij zich niet kunnen onthouden, dat zij trouwen; want het is beter te trouwen dan te branden ( van begeerte)./
  • Zijt gij aan een vrouw gebonden, zoekt geen scheiding; zijt gij ongebonden van een vrouw, zoek geen vrouw.
  • Maar indien gij ook trouwt, gij zondigt niet; en indien een maagd trouwt, zij zondigt niet. Doch deze zullen verdrukking hebben in het vlees; en ik bespaar het u lieden./
  • En ik wil, dat gij zonder bekommernis zijt. De ongetrouwde bekommert zich met de dingen des HEEREN, hoe hij den HEERE zal behagen;
  • maar die getrouwd is, bekommert zich met de dingen der wereld, hoe hij de vrouw zal behagen.

2 Timothéüs 2: 22

  • Maar vlied de begeerlijkheid der jeugd; en jaag naar de rechtvaardigheid, geloof, liefde, vrede, met degene, die de HEERE aanroepen uit een rein hart.

Weest eerlijk in uw wandel met God, als u getrouwd zijt of ongetrouwd:

Galaten 6: 7/ Lukas 8: 17/ 2 Korinthe 5: 10

  • Dwaalt niet; God laat ZICH niet bespotten; want zo wat de mens zaait, dat zal hij ook oogsten./
  • Want er is niets verborgen, dat niet openbaar zal worden; noch heimelijk, dat niet bekend zal worden, en in het openbaar zal komen./
  • Want wij allen moeten geopenbaard worden voor de rechterstoel van Christus, opdat een ieder wegdraagt, hetgeen door het lichaam geschiedt, naar hetgeen hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.